Categorie archief: Boeken

Elk boek heeft een verhaal. Is het een verhaal wat vraagt om goed in beeld te blijven, dan maak ik daar een pagina van. Komt het zomaar voorbij, is het een goed verhaal wat best leuk is om te lezen, dan schrijf ik er een blogje over. Maar kijk ook op losse pagina’s over boeken, hieronder in het rijtje.

Het hoogsensitieve brein

In dit boek wordt uitleg gegeven hoe het hoogsensitieve brein functioneert. De eigenschappen van hoogsensitieve personen zijn natuurlijk.  Het is te beschouwen als een gave, maar het heeft ook wel pijnlijke kanten. De Amerikaanse psychologe Elaine Aron introduceerde eind jaren negentig de naam ‘hoogsensitiviteit’. Een belangrijk moment.

Hoe komt het dat hoogsensitieve personen informatie zo anders opmerken, verwerken en intenser reageren? Waarom ervaren ze vaak stress en sociale afwijzing? In dit boek presenteert ze de wetenschappelijke inzichten over de werking van het ‘hoogsensitieve brein’, dat op veel vlakken aantoonbaar verschillend functioneert van dat van niet-hoogsensitieve mensen.

Esther beschrijft in het boek de kenmerken niet alleen breintechnisch, maar maakt het ook inzichtelijk op een andere manier, door ook persoonlijke ervaringen erin te verwerken. Hoogsensitief zijn betekent veel opmerken, het diep beleven en verwerken. Dat is kwetsbaar, maar dus ook een prachtig talent.

Ongekende gevoelens

In dit boek van Jonice Webb leer je de emotionele bagage vanuit je relatie met je ouders (en hun relatie met hun ouders) te herkennen en het patroon van ongekende emoties te doorbreken.
Het gaat er vaak niet om wat ouders wél hebben gedaan, maar meer om wat ze niet hebben gedaan. Hoe liefdevol ouders ook zijn, hun liefde sluit lang niet altijd aan op de behoeften van het kind. En wanneer er in je kindertijd weinig aandacht was voor jouw gevoelens, dan kun je daar in je latere leven behoorlijk mee worstelen. Of als je emoties er niet mochten zijn, heb je diep van binnen geleerd dat jij er ook niet mag zijn. Dit wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Dit gemis gaan herkennen geeft je begrip waarom je in je volwassen leven vast kunt lopen op bepaalde levensthema’s.

Het eerste deel is vooral een beschrijving van de omgang tussen ouders en kinderen en wat de (onbedoelde) gevolgen zijn. Er komt een beeld van wie en hoe je bent. Maar er is ook aandacht voor hoe je succesvol kunt veranderen. Dit boek laat zien hoe je goed voor jezelf kunt zorgen en het patroon van ongekende emoties doorbreekt.

Veranderingen kunnen aanvankelijk beangstigend zijn. De uitdaging aangaan, geeft ook een periode van ongemak vanwege het onbekende. Blijven bij het oude, is vaak veel aantrekkelijker, maar doet aan jezelf tekort. Ga je er mee aan de slag, dan kom je in een nieuw perspectief en groei je verder. Je gaat jezelf steeds meer authentiek voelen en waarderen. Je raakt meer verbonden met anderen. En dat voelt fijn.

Gevoelens doen ertoe. De slimste mensen gebruiken hun emoties om hen te helpen bij het denken. Hun gedachten zetten ze in om de emoties te beheersen. Het gaat erom dat je emotie op een gezonde, evenwichtige manier gebruikt.

Elke emotie heeft een doel. Velen hebben geleerd om emoties weg te drukken of zich ervoor te schamen. Emoties zijn er ook om je meer te laten genieten. Emoties voeden ook de menselijke verbindingen die het leven diepte en glans geven, waardoor het leven de moeite waard is. Emotionele verbindingen met anderen helpen ons gevoelens van leegte en existentiële angst af te weren.

Een eerste stap in veranderen, is het uitspreken van je emotie.  Breng dat wat binnen zit naar buiten. Het is iets wat je kunt leren. Emoties zijn niet goed of slecht. Gevoelens zijn niet altijd rationeel, maar er is altijd een goede reden voor.  Het wil iets vertellen. Ookal zijn emoties krachtig. We kunnen ze beheersen.

Het boek geeft niet alleen een verfijnde analyse van theorie en praktijk, maar ook de weg naar de oplossing. Niet in drie stappen, maar als je herstelproces.

De zin van het leven

Door een goede vriend heb ik het boek ‘De zin van het leven‘ gelezen. De auteur is een journalist die na een hartstilstand op de een of andere manier niet verder kan gaan op de vertrouwde manier van leven en werken. Hij beseft dat hij ook nu dood had kunnen zijn en daar eigenlijk nooit mee bezig was. De illusie van de dag was sterker. Hij blokkeert vanbinnen en hij gaat nadenken over het waarom van zijn hartstilstand, over de dood en over de zin van het leven.

Om antwoorden te vinden op die vraag gaat hij te rade bij anderen, die ook met de dood in aanraking zijn gekomen of op een andere manier geraakt zijn. Zo spreekt hij met veertig verschillende mensen,o.a. predikanten, een abt, een spiritueel leider, filosofen, psychologen, een arts, schrijvers en zo nog veel meer mensen. Iedereen krijgt van hem dezelfde vraag. En die vraag proberen ze zo eerlijk mogelijk te beantwoorden. Veertig verschillende mensen met veertig verschillende opvattingen. Heel interessant om dat te lezen.

Hoe zou jij reageren op die vraag? Zullen we het daar eens over hebben?

Moederziel

In Moederziel beschrijft Sophie Zeestraten hoe haar leven op de kop ging nadat haar moeder -toen ze vijf jaar was- is weggegaan om niet meer terug te keren. Ze blijft bij haar vader en broer en leert overleven terwijl ze emotioneel totaal verwaarloosd wordt.

In het boekje “De herontdekking van het ware zelf” herkent ze wat haar is overkomen en haar eigen daarop aangepaste overlevingsstrategieën. Die strategieën had ze als kind nodig om met de moeilijke omstandigheden om te kunnen gaan. In haar volwassenheid blokkeren deze strategieën haar om voluit te leven. Dat begrijpend, neemt ze het besluit om haar verleden onder ogen te komen.

Ze probeert om haar leven objectief in beeld te brengen. Ze stelt veel vragen aan de volwassenen in haar kinderjaren over hoe het toen ging en waarom het zo ging. Eerst de veilige mensen, waar ze fijne herinneringen aan heeft, maar ook haar vader. En wanneer ze in contact komt met haar moeder, vraagt ze beide ouders om hun beeld van wat er waarom gebeurd is, opnieuw te beschrijven. De herinneringen worden weer opgerakeld, krijgen kleur en worden levendig. Zo ook de pijn, de eenzaamheid van de verwaarlozing en haar onzekerheid door alles in het leven zelf te moeten ontdekken. Ze ervaart daarop intens haar emoties van boosheid, woede en verdriet. Door hier niet voor weg te lopen, maar ook door haar angsten voor afwijzing aan te gaan, stelt ze alle vragen die ze heeft. Zo vallen de puzzelstukjes op zijn plek en kan ze de feiten aanvaarden en komt er – voor zover het aan haar ligt – herstel van haar relatie met moeder en vader.

Het is een indringende geschiedenis. Door zelf door de pijn te gaan, komt er verandering in haar leven, komt er uiteindelijk een positief perspectief en leert ze omgaan met de altijd vermeden onaangename emoties.

Tijd van onschuld

Dit is een autobiografie met daarin een beklemmend thema. Het afstaan van een kind bij de geboorte…

Agnes groeit op in een traditioneel Rooms Katholiek gezin, waar de pastoor grote invloed heeft. Ze hoort bij de babyboomers en maakt de sociale revolutie van de flowerpower mee, de start van de ontkerkelijking, het losmaken van de vanzelfsprekendheden en overtuigingen van die tijd. De angst voor de verdoemenis, die de mensen aanstuurde in hun gedrag vergaat bij de jongeren. Maar Agnes is geen voorloper, meer een volger als 4 de dochter.

In haar tienertijd komen er vriendjes. En een ervan maakt haar zwanger. Het besef om nee te zeggen tegen zijn avances ontbrak. Ze had geleerd volgzaam te zijn. Er werden thuis nooit vragen gesteld. Op haar 15de is ze zwanger. Ze weet dat tot haar 8ste maand voor haar ouders geheim te houden. De gezinscultuur is gebaseerd op mannelijke eer en schaamte en vooral om geklets te voorkomen.

Onder een valse naam bevalt ze in het ziekenhuis. Thuis is er geen plaats voor haar dochter. Ze staat het af. Ze is nog een kind. Maar ze blijft wel de moeder. Het is een geheim dat ze blijft meedragen tot na jaren de tijd begint te rijpen om erover te praten. Het is een proces met allerlei sociale en psychologische aspecten. Mag ze haar dochter wel belasten met haar zijn? Heel langzaam ontstaat de wens tot contact. Zo gaat ze na 30 jaar naar de FIOM om te kijken of er contact gelegd kan worden met haar dochter. Dat contact komt. Het is een multidimensionaal en emotioneel verhaal. Mooi, beklemmend, verbindend en vol vragen. Ik lees het in één ruk uit. Het boeit me.

Het is een mooi boek geworden. Ik denk dat het goed doet aan ouders en kinderen, die in dezelfde situatie zitten.

Goed vloeken

Sinds een paar maanden maak ik kennis met Rikko Voorberg. Niet in persoonlijk contact, maar door te luisteren naar zijn dagelijkse overwegingen en nu ook met een boek van zijn hand. Rikko is een man, die prikkelt. Rikko wil op dezelfde manier als Jezus rechtvaardig zijn, woorden omzetten in daden , zodat liefde en rechtvaardigheid geen mooie filosofische theorie is, maar een uit te voeren actie. Als tegenhanger tegen hypocrisie en blijvende gevoel van machteloosheid.

Liggend in een hangmat of met de benen op de bank lees ik zijn boek. Het voelt ter plekke hypocriet. De vraag is of dat het is.

Hij komt op het woord vloeken. Er is in Nederland een vloekwoord dat het meeste weerzin oproept. Het gaat om het woord ‘godverdomme’. Terecht stelt hij de vraag of het logisch zou zijn aan God om ‘me’, mijzelf dus, te verdoemen. De opvatting is wijdverbreid. Hij vraagt zich af of het niet veel waarschijnlijker “een aanvoegende wijs is, een Oudnederlandse vorm die een wens uitdrukt: moge de Heer dit of dat verdoemen. Net als bij ‘God beware’ en ‘God verhoede’. Zoals het Engelse equivalent luidt: ‘God damn it’, ..” En ik denk dat hij gelijk heeft. Deze vloek is geen vloek, maar een wens vanuit een ervaren onrecht of pijn in de situatie. Vloeken wordt zo een niet willen wegkijken en uitdrukken van woede. Vloeken zoals ook in psalmen soms grof gesproken wordt. Kwaad worden over onrecht.

Het je laten raken en komen tot een gepaste vorm van actie. Liefde handen en voeten geven. Goed tegenover kwaad zetten. Negativiteit neutraliseren. Afwijzing beantwoorden met acceptatie. Tonen dat we niet meer wegkijken waar geld verliezen komt te staan tegenover het verliezen van mensen. Kiezen voor een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is. Je jezelf steeds blijven afvragen of je aan de ander geeft, wat jezelf ook had willen ontvangen. Naast de mens denk ik ook aan het dier. Heersen, waartoe wij als mensen volgens de bijbel geroepen zijn, is goed doen, zodat alles gedijt. Zo zie ik het.

Het betekent veranderen in denken. Nadenken over wat ons beheerst. Is het angst of is het vertrouwen? Ik denk dat het daar begint. Woede, onmacht en daadkracht horen bij elkaar. Durf ik mezelf te laten raken? Durf ik persoonlijk daadkrachtig te zijn?

Rikko beschrijft hoe hij als kind opgroeit in een dominees gezin. En hoewel zelf ook gelovend hij zich losmaakt omdat hij niet tevreden is met de vastgestelde antwoorden. Hij onderzoekt, houdt het geloof vast, stelt vragen en leeft steeds meer naar de antwoorden, die hij vindt. In het boek “De dominee leert vloeken” geeft hij een tussenstand van het toepassen van het anders denken. Hij accepteert wat anderen over hem denken omdat hij buiten de paadjes loopt. Hij luistert naar commentaar en feedback. Wil niet eigenzinnig zijn. Hij wil leven in de voetsporen van Jezus. Ik voel me met hem verbonden daarin. Ik zoek ook naar wat het voor mij betekent.

Narziss en Goldmund

Nadat ik van Hermann Hesse het boek Demian had gelezen, werd me gevraagd of ik ook het boek ‘Narziss en Goldmund’ kende. Nee dus. Het zou een bijzonder boek zijn. Demian heb ik vlot gelezen en smaakte naar meer. Waarom? Hesse schrijft vlot, is diepzinnig en weet met zinnen mij te raken. Hij raakt diepere lagen aan. Het is gelinkt aan het religieuze, maar ook aan het zelf tot nadenken gezet worden en dingen vanuit verschillende invalshoeken benaderen.

‘Narziss en Goldmund’ is een vertelling welke speelt in de middeleeuwen. Het vertelt over twee jonge mannen, die elkaar ontmoeten in een klooster. Narziss is een slimme, intellectuele man, die nauwelijks ouder is dan Goldmund en gewijd wil worden als monnik. Alles wat hij doet is beredeneerd. En vanuit kennis en wetenschap benadert hij met veel inzicht de dingen, die hij tegenkomt. Zo ook Goldmund, die zijn leerling wordt. Ze zijn in alles tegenpolen. Goldmund is een lieve, maar impulsieve en rusteloze jongen. Hij is geen denker, maar heeft wel iets wat Narziss niet heeft.

Narziss leert Goldmund steeds beter begrijpen en overtuigt hem om zijn hart te volgen en het klooster vaarwel te zeggen. Hoe het hoorde, hield hem tegen. Een poosje later, na een niet gezochte seksuele ervaring met een zigeunervrouw in het open veld, is er iets losgemaakt. Iets wat ontembaar (b)lijkt. Het vrouwelijke roept het verlangen op naar zijn verloren moeder. De jonge Goldmund trekt daarop de wijde wereld in, eerst op zoek naar de zigeunerin. Wanneer hij beseft dat dit geen blijvertje is, laat hij dat doel los en neemt hij het leven zoals het komt. Hij zoekt schoonheid, genegenheid en spanning. Als zwerver leidt hij zo een bewogen (liefdes)leven. Hij komt overal en nergens. In een klooster ziet hij een Mariabeeld. Dat laat hem niet meer los. De schoonheid ervan raakt hem diep en hij ontdekt daarin een manier van kennen, herkennen van het moederlijke. Hij gaat op zoek naar de beeldhouwer. Wanneer hij deze vindt, lijkt hij even rust gevonden te hebben. Hij wordt zelf beeldhouwer. In het kunstzinnige weet hij zijn innerlijke belevingswereld uit te drukken. Een aantal jaar is hij in opleiding en maakt hij een meesterwerk. Maar ondertussen blijft het avontuur – dat is diep van binnen de wens naar emotionele verbondenheid – te lonken. Hij laat de vastigheid los en zwerft weer verder. Hij maakt veel nare dingen mee. Hij gaat ook uitdagingen aan, ook wanneer dat grote risico’s meebrengt. Wanneer hij zo op een dag in zeer hachelijke omstandigheden verzeild raakt, komt hij tot zijn grote verbazing zijn goede vriend Narziss tegen.

Er volgt een tweede contact met elkaar. Narziss en Goldmund zijn onuitgesproken innerlijk diep verbonden. Ze hebben daarom een ongemakkelijke vriendschap. Veel filosofische gedachten worden geuit in de dialogen. Ze leren beiden veel over het (ook religieuze) conflict tussen geest en lichaam, denken en voelen, kennis en kunst.

Opnieuw een heel mooi boek.

Positief omgaan met mensen

Het lijkt zo eenvoudig om positief met mensen om te gaan, maar het valt vies tegen in de praktijk. Geregeld zul je mensen tegenkomen die moeilijk gedrag vertonen of die het nadrukkelijk met je oneens zijn. Mensen die niet naar voor jou belangrijke dingen willen luisteren. Recent heb ik een boek gelezen dat ik via via in handen heb gekregen. De pakkende titel is “Hoe je vrienden maakt en mensen beïnvloedt.” De schrijver van dit boek heeft in Verenigde Staten een reputatie opgebouwd van de maakbaarheid. Hij lijkt zelfs een soort van revolutie te hebben veroorzaakt.  Was vroeger de gematigdheid en introvert de norm. Deze man heeft door talloze cursussen en trainingen de bevolking ertoe gebracht om juist een extraverte uitstraling op prijs te stellen. Zo iets begreep ik na het lezen van het boek “Stil” van Susan Caen. Dus de naam van Dale Carnegie riep wel wat op.

Toch ben ik aan het boek begonnen, omdat ik niet bijvoorbaat een oordeel wil hebben. En daarmee blijk ik direct in te stemmen met de basisbeginselen, die de schrijver voorstelt. Voor een goed contact met de ander kun je beter niet de ander bekritiseren, beleren of veroordelen. Dat lijkt me toch een open deur. Maar veel mensen missen dit toch wel. Wat ook helpt voor een goed contact, is om je waardering te laten blijken. Uiteraard alleen wanneer je dat eerlijk en oprecht meent. En zo geeft de schrijver voor hen die niet snappen hoe je goed met anderen kunt omgaan, talloze tips. Zijn praktijkvoorbeelden zijn vooral uit de oude doos en Amerikaans. Geregeld komt een vroegere president in zijn verhalen voor, zoals Abraham Lincoln en Theodore Roosevelt. Voor hem als reuzen uit de Amerikaanse geschiedenis. Het is ook een boek van die tijd. Geschreven in 1936. En het is opnieuw vertaald en ook in Nederland weer uitgegeven.

Het boek heeft vier delen. Drie delen heb ik met plezier gelezen. Sociaal onhandige mensen kunnen best veel aan de drie hoofdstukken hebben. Want het klopt toch dat goed contact met de ander erom vraagt dat de ander blij moet zijn met jouw aanwezigheid. En dat ontstaat wanneer je oprecht belang stelt in die ander. De nadruk komt ligt op eerlijkheid en oprechtheid. De sfeer in het spreken doet veel. Laat die sfeer steeds aangenaam zijn, adviseert hij, zelfs wanneer je het inhoudelijk oneens bent. Wat een contrast met hoe in ons parlement soms wordt omgegaan met elkaar. Wat enorm helpt, – voor mij ook weer een open deur -, is om een aandachtige luisteraar te zijn. Help die ander om aan jou te vertellen wat hem of haar zo bezig houdt. Zorg als luisteraar dat je die ander kunt samenvatten en zijn of haar kernbelang erkent. Door in eerste instantie te praten over de dingen die de belangstelling hebben van je gesprekspartner, geef je de ander de ervaring dat hij belangrijk is. Dat willen we allemaal voelen in contact. Basisvoorwaarden.

Het gaat bij het beïnvloeden erom dat je naast deze goede basisvoorwaarden ook tact en inzicht hebt. Zo vertelt hij dat heel verstandig is om eerst duidelijk voor ogen te zien wat je gaat zeggen op basis van wat je weet dat de ander – op basis van zijn of haar belangstelling of drijfveren – daarop zal kunnen antwoorden. Ga niet onnodig op andermans tenen staan. Honing werkt beter dan azijn. Ga om met de ander zoals je het zelf gewenst zou hebben.

Het laatste gedeelte, deel 4, lijkt er niet in te passen. Dat gedeelte geeft mij wel de kriebels van manipulatie en onechtheid.

Mensen, die geregeld in conflict zijn met anderen of die het gevoel hebben alleen te staan in hun leven, kunnen aan de lessen veel hebben. Deel 4 kunnen ze gewoon overslaan.

Jona zonder walvis

Een podcast van het ND met Mounir Samuel gaf de aanleiding om dit boek aan te schaffen. In de podcast wordt hij bevraagd over het boek wat hij schreef over klimaatverandering. Hij noemt het zelf overigens klimaatramp. Hij heeft honderden bronnen geraadpleegd, zoals overheidsrapporten, podcasts, nieuwsartikelen, vakliteratuur en documentaires en in “Jona zonder walvis. Een profetie voor Nederland” beschrijft hij de gevonden feiten. Hij ziet in Jona zichzelf, iemand die de bevolking moet waarschuwen. Ook hij had er geen zin in.

Hij concludeert dat we maatschappelijk op bijna alle fronten verkeerd bezig zijn, hoe geldzucht en macht ons in de greep heeft en we met elkaar de totale schepping uitputten. Nederland voorop! De klimaatramp heeft verschillende aspecten en alles beïnvloedt elkaar. We zitten er midden in. Het gaat over de landbouw, de luchtvervuiling, over de gevolgen van overbevissing, de vervuiling van de oceanen, over de rol van CO2 in de afmosfeer tot het belang van de walvis. Indrukwekkend vind ik daarin hoe de natuur als een circulair systeem werkt en dus de gevolgen ook in alles doorwerken. Mounir schrijft over de twijfelachtige rol van Shell. (Zelf denk ik dan aan de hoeveelheid Nederlandse politici die daar eerder carrière hebben gemaakt.) Ook over de rol van het Nederlandse bedrijfsleven in de verwoesting van de Amazone zet hij feiten op een rij. We hebben daar als land een grotere verantwoordelijkheid dan je bedenkt. Een grotere vinger in de pap dan gedacht. De VOC mentaliteit is nog niet voorbij. Rijk worden ten koste van anderen. Ook in de film Seaspiracy komt dit heel concreet naar voren. Alle reden om geen vlees of vis meer te consumeren.

Het boek is doorspekt met feiten, cijfers en uitleg over biologie en chemie. Lang niet alles kan ik inhoudelijk begrijpen. Dat hoeft ook niet om toch de boodschap van Noumir te vatten. Mounir stimuleert om politieke moed te hebben en gezamenlijk gezonde keuzes te maken. Hij geeft ook talloze tips mee. Een oproep ook om terug te keren naar God, die het leven schiep en zag dat het goed was. Je naaste lief te hebben als jezelf. De aarde zien als een plek voor iedereen. Het is een boek om over na te denken en over na te praten en goede keuzes te maken.

Jona zonder walvis, Mounir Samuel, uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Vet belangrijk

Mijn interesses zijn breed. Wanneer een cliënt me iets vertelt waarover ik niets weet, ontstaat direct de behoefte om de kennis aan te vullen.

Zo ook recent over het thema ‘te zwaar zijn’, gecombineerd met moeheid en wisselende emoties. Sommige mensen hebben echt vet pech wanneer van alles op hun pad komt, waar ze eigenlijk weinig aan hebben kunnen voorkomen. Maar te zwaar worden dan? Ieder pondje gaat door het mondje toch?

Betreffende cliënt had van de huisarts een leestip gekregen. Juist ja. Dit boek, ‘Vet belangrijk’, geschreven door de artsen Mariëtte Boon en Liesbeth van Rossum. Meer wetenschappelijk gefundeerde kennis over de werking en functie van vet, over wat overgewicht en obesitas is, is belangrijk. De huisarts had een goede invalshoek gekozen. Kennis. Breed, genuanceerd en zonder oordeel.

Vet blijkt belangrijk voor ons lichaam. Naast dat vet hormonen aanmaakt, communiceert vet met onze hersenen en levert het ons energie. Vet blijkt niet simpel verkeerd te zijn. En te zwaar zijn is ook veel complexer dan gedacht. De schrijfsters brengen de vele factoren in kaart die hierop van invloed zijn: van slaap tot stress en van erfelijke aanleg tot medicijngebruik, en tal van andere verborgen dikmakers.

Het boek is vlot en onderhoudend geschreven. De moeilijke woorden of begrippen, worden na een uitleg gewoon nog een keer eenvoud herhaalt, zodat ook een geïnteresseerde niet-wetenschapper het goed kan volgen. Een vet leuk boek!

De kracht van rust

Mirjam van der Vegt schreef dit boek. Wat een mooi boek is het geworden! De inhoudsopgave is al een mooie samenvatting van wat het boek wil zeggen, zoals het eerste hoofdstuk ‘Pauzes verdienen zichzelf terug‘. Hier leer ik een mooie les: rust nemen tussen de activiteiten. Dat vraagt een andere benadering van mijn agenda. Daar ga ik over nadenken hoe het aan te pakken.

Alle lessen zijn de moeite waard. Wat denk je van dit: beoordeel de dag naar wat je zaait, in plaats van wat je oogst. De neiging om resultaten te willen zien, concreet te zijn kan het echte ‘zijn’ in de weg staan door vooral te ‘doen’. Empathisch luisteren is voor mij het zaaien. En dat is een geduld kwestie.

Eerder leerde ik al om minder bereikbaar te zijn. De gift van die bereikbaarheid wordt vaak niet gezien door die er gebruik van maken. Tegelijkertijd kost bereikbaarheid veel. Voor je het weet sta je altijd aan. Onbereikbaar zijn geeft ruimte om op te laden.

Een bevlogenheid voor dingen komt wanneer je leeft vanuit je waarden. Het is daarmee ook de beste preventie voor een burnout of een bore-out.

Vanuit de hele Bijbel, maar ook vanuit andere bronnen word ik aangemoedigd om met de dag te leven en verwachtingsvol mijn roeping te volgen. Ik mag eruit halen wat erin zit. Voor vandaag! Er is ruimte nodig om lief te hebben, te voelen, om te bewegen, te creëren, etc. Voor alles is er een tijd. En die moet je jezelf geven om te kunnen genieten van de gift die Leven heet. Mooi is het om in dit kader na te denken over het verschil tussen streven en leven.

Het boek geeft 8 levenslessen verpakt in mooie verhalen. Rijkdommen die zijn gehoord bij anderen en hier worden doorgegeven.

Rust. Het is een uitdaging er te komen, maar een feest om er in te zijn en vanuit te leven. Het kan zijn als een dag waarop de vlag hangt.

Nathan’s erfenis

Met een beetje druk om het boek, een roman, nu snel uit te lezen, hervatte ik het. Het moest wat mij betreft echt vandaag uit. Gelukkig wisselden zon en regen elkaar af. Dat werkt dan mee. Dan is het voor mij echt leesweer. Een derde deel had ik al gehad. Steeds een paar hoofdstukken, waardoor ik er eigenlijk niet echt in kwam. Vandaag echter de duik erin. Wat fijn ook om dat doen. Het verhaal raakt me. Het maakt nieuwsgierig. Ik raak geboeid en ben prettig gestresst.

Deze roman gaat over Stephan, een briljante student, maar met weinig geluk in zijn leven. Hij krijgt een student een studentenbaantje bij Nathan. Dat is negentig jaar oude schrijver met een oeuvreprijs in het verschiet. Stephan ontdekt een merkwaardig gat in Nathans werk: tussen 1947 en 1949 blijkt hij niets te hebben geschreven. Als hij daar naar vraagt, wordt Stephan tot zijn verbazing op staande voet ontslagen. Stephan laat het er niet bij zitten en begint een uitgebreid onderzoek en ontdekt bijzondere feiten. Vanaf 1947 verbleef er een groep van 500 Roemeense weeskinderen een jaar lang in Nederland. Die ontdekking brengt hem op het spoor van een veel groter verhaal dan hij ooit had durven vermoeden. Wanneer Stephan naar Israël vertrekt en op zoek gaat naar de waarheid, vecht hij, met slechts zijn pen als wapen, een strijd die hem voert langs verdriet, verraad, gerechtigheid en een geheime dienst die hem voortdurend in de gaten houdt. 

Het is geen thriller, maar wel een verhaal dat raakt.Dat doen weinig boeken met mij. En toen ik erover nadacht ontdekte ik dat romans die mij raken vrijwel altijd gaan over recht doen, gezien worden, verbinden, de liefde handen en voeten geven. Heel vaak zijn het boeken met een joodse geur. Nathan’s erfenis heb ik nu uit. Ik kan het je aanraden ook te lezen.

Jezus, onze niet zo lieve Heer

Jezus, de belangrijkste man op aarde! Ja, natuurlijk! Wie anders? denk ik dan. Maar hoe kijken we naar Hem? Dat lijkt de inzet van dit boek. Het eerste hoofdstuk zet alvast de toon: “de speelsheid van God en het gif dat religie heet”. Mijn interesse om verder te lezen groeit. Jezus komt in opstand tegen de dode religie en maar brengt tegelijkertijd ook vernieuwing. Liefde en leven. Op een niet religieuze manier probeert Eldredge ons Jezus terug te geven.

Op een intense manier wordt Jezus’ persoonlijkheid neergezet als vurig doelgericht, het menselijkst van allemaal met een buitensporige vrijgevigheid, een ontwrichtende eerlijkheid en een aanstootgevende vrijheid. Intrigerend om het zo te lezen. De schrijver neemt de Bijbel heel serieus, maar is los van de religieuze angst. Hij schrijft over de mogelijkheid om net zo’n relatie met hem te hebben als Vader en Zoon met elkaar hebben. Ik citeer de achterflap: Ken je hem zo? Want, als je Jezus niet kent als persoon… Als je zijn unieke persoonlijkheid – speels, geraffineerd, vriendelijk, vurig, zachtaardig, gevat, vol woede tegenover alles wat religieus is – niet kent, kan het zijn dat je slechts een beeld van hem hebt leren kennen en niet hemzelf. Als je Jezus niet ervaart in je leven… Als je de troost van zijn concrete aanwezigheid niet kent… Als je zijn stem nooit hoort… dan ben je bestolen. En als je de kracht van zijn leven in jou niet kent, die jouw persoonlijkheid vernieuwt, je gebrokenheid geneest en je in staat stelt te leven zoals hij leefde, dan ben je beroofd. Jezus, bevrijd me van alles wat niet waar is over u en laat me zien wie u werkelijk bent.

Onzichtbaar onvermogen

Mensen begrijpen is een belangrijk onderdeel van mijn werk. Vanuit begrijpen komt ook de passende behandeling. Wat is de betekenis van het gedrag of de klachten? Het is iedere keer weer een puzzel. Nu is theoretische kennis wel goed, maar ik ben meer een beelddenker. Dan valt de theorie op zijn plek. Ik wil me graag verplaatsen in de ander en zo, vanuit hen, hun wereld inkijken. Dan zijn de tips en trucs in de behandeling passend. Het lezen van biografieën is daarom boeiend. Die helpen me om de diepere vragen te stellen, die de kern raken zonder oordeel.

Het boek “Onzichtbaar Onvermogen” is zo’n boek. Het is geschreven door Evelien Tersteeg. Zij biedt de lezer een kijkje in het leven van een autistische vrouw. Inmiddels heb ik bij diverse vrouwen autisme herkend wat later na uitgebreid onderzoek werd bevestigd. Dat vind ik gaaf. Nu is een diagnose natuurlijk een label wat duidelijkheid geeft. Belangrijker is hoe je kunt omgaan met de klachten of kwetsbaarheid. En dan is zo’n verhaal een mooie informatiebron.

Het is een heel informatief boek geworden. Nadrukkelijk komt naar voren dat ze anders is dan andere meisjes en haar anders-zijn maskeert en camoufleert. Daarmee lijkt ze gelijk aan de anderen, maar daarmee doet ze zichzelf enorm tekort. Ze wordt keer op keer overvraagd. Ze benoemt het een autistische burnout.

In dit open geschreven verhaal vertelt ze over haar leven. Op haar 40ste wordt pas duidelijk dat ze autistisch is. De effecten van autisme in haar werk, in haar relatie, in contact met anderen en in het moederschap beschrijft ze heel beeldend. Het is een hele klus. En aan haar uiterlijk is niks te zien!

Daar praten wij niet over

De familiegeschiedenis kennen helpt om bepaalde gewoonten of eigenschappen van ouders en grootouders en anderen in de bloedlijn te begrijpen, waardoor je het kunt plaatsen en vrij kunt zijn. Dat is voor mij, sinds mijn opleiding in het contextuele gedachtegoed, geregeld in mijn aandacht, bij mijn eigen familie, maar ook bij mensen, die ik spreek.

Het onderwerp NSB is recent in mijn aandacht gekomen. En ja, dan lees ik een periode daar van alles over. Zo werkt dat bij mij. Andere thema’s verdwijnen dan even naar de achtergrond. Eerder las ik al een familiegeschiedenis waarin dit thema naar voren kwam. En toen ik weer verder inzoomde op dit thema kwam het boek “Daar praten wij niet over” in beeld. En dat boek heb ik nu net uitgelezen.

De beschrijving van een familiegeschiedenis in de vorm van een roman, is mooi. Het maakt verbinding tussen geschiedkundige feiten en de inkleuring van die feiten. De schrijfster, Milou van Beek, heeft zelf ook te dealen met deze geschiedenis. Zij is de achterkleindochter van een man, die in de jaren ’30 toetrad tot de NSB. Ze volgt in haar boek de ervaringen van zijn oudste dochter, haar oma. Die keuze van hem had grote gevolgen voor de generaties die na hem kwamen. Maar die keuze van hem kwam ook niet uit het niets. Was het een slechte man? Mag of kun je zoiets van een voorouder zeggen? Ik denk het niet. Begrijpen is beter dan veroordelen.

Het verhaal begint met een beschrijving van de schrijfster zelf bij een sessies over familieopstellingen. Grappig, want daar heb ik ook juist een boek over gelezen. Daar schrijf ik later wellicht nog eens wat over. Maar met de link daarnaar is mijn verlangen het boek verder te lezen, gewekt. En ik moet echt mijn best doen om door de vele verdrietige ervaringen van de gezinsleden heen te komen. In de praktijk heb ook vaak genoeg nare dingen om aan te horen, maar daar kan ik dan actief wat mee. Ik kan dan met empathie naast de betreffende persoon staan. In een uitgegeven boek lees ik het verhaal zonder dat ik empathie kan tonen aan hen over wie het gaat. Hun pijn (door onrecht, door gemis van affectie, door ervaren afwijzing, niet ten volle kunnen vertrouwen) raakt me. Het zet mensen zo klem. Dat is zo triest. En het vraagt zoveel moed om de ervaringen niet langer levensbepalend te laten zijn.

Het boek is een verrijking voor me. Het geeft opnieuw een beeld van hoe families – zonder woorden- gezamenlijk besluiten kunnen nemen over andere familieleden. Bijvoorbeeld hen buiten te sluiten. Over hen wordt niet gesproken. Het effect is dat zijzelf daardoor minder vrij kunnen zijn. Ze houden anderen emotioneel op afstand, ze zijn eenzaam. Er ontstaat verbittering. Ze kiezen niet voor wat goed voor hen is, maar ze nemen genoegen met het minste. Dat betekent rijk zijn, maar (emotioneel en soms ook financieel) arm leven. En daar is het leven toch niet voor bedoeld.

Een nieuw christendom

Een boek dat afgeraden werd, voelde als een boek wat gelezen diende te worden. En zo ging het. Angst en wantrouwen zijn slechte raadgevers voor mij. Ik wil leven vanuit vertrouwen en hoop en wil leergierig zijn. Voor mij blijft dat goed gaan, zolang ik me laat inspireren door God.

De schrijver, Brian McLaren is een controversiële figuur in de orthodoxe christelijke wereld. Hij stelt vragen bij traditionele opvattingen, en die geven daar de angst dat hij belangrijke waarden wil bevechten. Met een open maar kritische blik ben ik het boek daarom gaan lezen. De schrijver heeft het boek in twee delen gesplitst. Boek 1 “Ontsluiten en openen” start met het deel over de narratieve vraag. Wat is de overkoepelende verhaallijn in de bijbel? Gaat het echt in de bijbel over de volmaakte start en de zondeval, een neerwaartse lijn naar de gevallen wereld, die in staat van veroordeling ligt. En dan wordt de opwaartse lijn benadrukt, de redding die uiteindelijk twee mogelijkheden biedt. De vraag stellen is cruciaal. Is dit echt de enige manier waarop je de bijbel kunt lezen? Interessant is het om zijn anders lezen te volgen.

Andere delen gaan over de gezagsvraag. Hoe moeten we de bijbel verstaan? Een wetboek, een bibliotheek. Er is zoveel moois in te vinden! Ook de Godvraag komt naar voren. Lastig is bijvoorbeeld het gewelddadige. Is God gewelddadig? Hoe past dat bij wat Jezus gezegd heeft? “Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” Ook over Jezus wordt uitgebreid geschreven. Wie is Jezus. Jezus lijkt geregeld tegen wat geleerd wordt, in te gaan. Gaat buiten de lijntjes. En wat is dan feitelijk het evangelie. Allemaal vragen, die gesteld mogen worden, moeten worden. De vragen die Brian stelt leven bij mij ook. Daarom ben ik blij met iemand, die het aandurft om voorbij de religie te gaan.

In het 2de boek “Opstaan en op onderzoek gaan” komen opnieuw vijf delen. Ze gaan over de kerkvraag. Kerken redden, letterlijk, levens. Maar hoe ziet de authentieke nieuwtestamentische kerk eruit? En hoe functioneert die? Gaat het om de juiste kennis, beste manieren? Echt van alles roept Brian op om over na te denken. En dat gebeurt bij mij dan ook. En dat is nog niet voorbij. En dan al weer de volgende vraag, de seksvraag. Dat is toch een splijtzwam . En nog zo’n heet hangijzer: de toekomstvraag. Er zijn zoveel visies en theorieën. Tot slot komt hij te spreken over hoe gelovigen moeten omgaan met andersgelovigen. Best een ingewikkeld iets, met onze meningen over van alles.

Ik ervaar het hele boek als geschreven vanuit deemoedigheid. Brian is een eerlijke vragensteller, die een zoektocht beschrijft naar waar het echt om gaat. Geloven, leven en dienen, zoals Jezus dat wilde. Een zoektocht naar een nieuw levend christendom.

De oorlog van horen zwijgen

Een leestip in de krant voor boek krijgen, deze lenen bij de bibliotheek en dan starten met lezen en vervolgens eigenlijk niet meer ermee kunnen stoppen… Zó ging het!

Het boek is geschreven door een dochter van een man, die in Indonesië als kind geleden heeft aan de Japanse bezetting. Maar zij is ook de dochter van een vrouw die dochter was van een NSB-er. Dat is een bijzonder complexe mix en maakt het heel boeiend om dit familieverhaal te lezen. De schrijfster heeft veel bronnenonderzoek gedaan en dat maakt het boek extra lezenswaardig. Ze heeft het boek in drie delen geschreven, de geschiedenis van vader en moeder en het samenkomen van die geschiedenis erna.

Samen met haar vader gaat ze terug naar Indonesië. Ze doet een reisverslag en daarnaast beschrijft ze de historische gegevens en herinneringen aan de plekken die ze samen bekijken. Ze leert zo begrijpen waardoor het gedrag van vader is zoals het is. Opgeven is geen optie bij vader. Fouten kan hij niet toegeven. Geld uitgeven is erg moeilijk. Niks mag weggegooid worden. Er niemand echt te vertrouwen. Overlevingsstrategieën. Vervolgens beschrijft ze de geschiedenis van haar moeder en grootouders, die in de oorlog NSB-leden werden en daarna er op afgerekend hadden. Vanuit de schaamte en de blijvende angst afgerekend te worden op fouten van vroeger, wordt gezwegen. Nog steeds. Voor beide ouders was er geen vrijheid, niet echt ontspanning om te kunnen genieten. Over emoties wordt niet gesproken. De zwijgzaamheid is zeer invoelbaar beschreven. Ook de schrijfster en haar generatie ervaart nog dagelijks de indirecte gevolgen van wat er in de jaren 40-50 is gebeurd. Begrijpen is zo nodig!

En de zwijgzaamheid en wegstoppen van elk gevoel door de slachtoffers van de Japanse bezetting, is ook zeer indringend beschreven. Zo ook de tegenstrijdige gevoelens die duizenden kinderen en kleinkinderen van nazisympathisanten voor hun geliefden koesteren, maken dat ze blijven zwijgen. Ongelooflijk leerzaam.

Hemelse ervaring

Vandaag heb ik een heel bijzonder boekje uitgelezen over de vierjarige Colton, die door een wonder een operatie aan zijn blinde darm overleeft.

Na de operatie vertelt hij over dingen die hij gezien heeft terwijl hij geopereerd werd. Zijn vader zag hij in een ruimte vol woede en machteloosheid bidden voor zijn genezing. De artsen die hem aan het opereren waren, zag hij. Maar nóg wonderlijker vertelt hij over hoe hij in de hemel terecht komt. En wat hij vertelt over Jezus, de hemel en de toekomst blijkt wonderwel grote overeenkomsten te hebben met wat de bijbel beschrijft, o.a. in de visioenen van Johannes. Wonderlijk mooi! Fascinerend.

Het is een boekje waar ik zeer blij van wordt. Geloven zoals dit kind het deed, is wat anders dan alles wat beredeneerd wordt voorgehouden. Durven geloven als een kind of zoals Abraham het deed en vol vertrouwen op pad ging naar een beloofd land.

Eerder heb ik ook een studieboek met verhalen over bijna-dood ervaringen gelezen. Vrijwel alle ervaringen gaan over de liefdevolle sfeer, de hartelijkheid en de herkenning van eerder overledenen in die periode van het bijna dood zijn.

Voor mij is het vertrouwen in God sinds mijn 11de een realiteit. En een boekje als dit bevestigt voor mij wat ik al heel lang ervaar: Jezus houdt van ons. Zijn dood heeft de weg geopend naar de Vader. En de ontmoetingen met God en Jezus zijn intens mooi en geruststellend. Doodgaan betekent een pijnlijk afscheid van geliefden hier, maar tegelijkertijd een ontmoeting, oog in oog met Hem, die de pure liefde is. Mooier dan mooi!

Als ik in de HEMEL kom

Een korte preview op Instagram trok mijn aandacht. Een gesprek van Andries Knevel met de schrijver van een boek over de hemel. En de vraag bestaat de hemel wel?

Mijn aandacht was getrokken. Dit is toch waar we het over hebben? Hemel of hel? Christenen en niet-christenen praten over de hemel, zo heb ik wel gemerkt, voor plek waar hun geliefde is: een vader, moeder, opa oma of kind, …

In dit boek, wat eigenlijk gelijk als bij mij begon met nieuwsgierigheid, zijn 8 mensen geïnterviewd. Ze hebben in de meeste gevallen de dood van zeer nabij mee gemaakt of andere bij het naderen ervan begeleiding gegeven. Twee theologen geven hun visie op wat de bijbel over de hemel schrijft. De bijbel schrijft er eigenlijk vrijwel niets over…

Drie geïnterviewden zijn niet meer onder ons en leefden met het besef dat de dood aanstaande was. Ze hebben ontroerend open en eerlijk zich uitgesproken over het leven wat ze hadden en hebben en hun beeld van het einde.

Ik ben blij met dit boek. Lees het wanneer je ook over je leven en de toekomst eerlijk wilt nadenken.

Een kwestie van dood en leven

– een boekbespreking

Onder GGZ collega’s is psychiater / psychotherapeut Irvin Yalom (1931) een bekende naam en voor velen ook een voorbeeld. Ook voor mij. Zelf heb ik ook diverse boeken van hem gelezen. Heel recent kwam zijn -waarschijnlijk- laatste boek op de markt met de treffende titel “Een kwestie van dood en leven” wat hij schreef met zijn echtgenote, Marilyn (1932).

De gezondheid van beiden hangt aan een zijden draad. De reden om over deze materie te schrijven ligt daarom voor de hand. Het is om en om door beiden geschreven. Elk kijkt terug op hun carrière, hun mooie jaren, maar nu ook op hun nabije levenseinde.

Het is een heel eerlijk boek. Irvin, die jarenlang mensen met rouw en de dreigende dood heeft begeleid, merkt dat hij uit onderzoek al veel heeft geschreven, maar het doorleven van afscheid nemen wel wat anders is. Hij haalt troost uit zijn zelfgeschreven boek over de dood, “Tegen de zon in kijken”. En hij leert zoveel meer door terug te blikken op zijn therapeutische carrière. Die reflectie is pijnlijk kwetsbaar en eerlijk.

De kwestie van dood en leven overkomt ons allemaal. De ene ervaart het vroeger dan de ander, maar voor iedereen geldt het. De schrijvers kijken terug, halen herinneringen op en ontdekken bijvoorbeeld dat hun oude bekenden vrijwel allemaal overleden zijn. De schrijvers zijn op dat moment 87 en 88 jaar en ontdekken dat ze tot de allerlaatsten behoren van hun generatie. Zeer confronterend. In de afgelopen maanden zocht ik ook op internet naar namen van jongens van de lagere en middelbare school en ontdekte dat zeker twee oud-klasgenoten al zijn overleden. Dat raakt!

Afhankelijk worden is voor iedereen moeilijk, maar voor mensen, die graag helpen, blijkt het – ook in de gesprekken, die ik met zulke mensen voer- vaak ergerlijk moeilijk. Ook Irvin beschrijft dat. En op zijn hoge leeftijd is hij nog altijd actief als therapeut… 88 jaar! En dan ontkomt hij er ook niet aan. Hij moet loslaten en toelaten. Niet alleen het verliezen van zijn zeer beminde Marilyn, maar zijn kracht, herinneringen en geheugen. Een moeilijk proces. Er komen gedachten aan de zelfgekozen dood. Hij heeft velen ertegen beschermd. En nu moet hij, maar ook zij daaraan denken. Door de machteloosheid en gebrek aan perspectief. En denkt hij echter verder: ‘patiënten helpen raakt aan de diepste kern van mijn leven en is iets wat ik niet kan en wil besmeuren’. Deze zin raakt mij zeer. Zo beleef ik dat ook. Echt zijn, zelf ook doen wat je de ander suggereert. In moeilijke omstandigheden blijft dat een eerlijke uitdaging. En daarover schrijft hij. Het naast de ander staan met ook de eigen ervaring, is wat me aanspreekt en wat ikzelf ook graag doe.

We vergeten dingen, die in het actuele moment zo van betekenis zijn. We denken dan het voor altijd te onthouden. Het blijkt niet zo te gaan. Irvin Yalom heeft veel anekdotes opgeschreven en delen ervan verwerkt in zijn verschillende boeken. Nu hij dingen begint te vergeten, context kwijtraakt en merkt in een heel andere eeuw te zijn aangekomen, heeft hij er verdriet van. Dat mag er zijn. Moet er zijn. Hij leert weer een heel andere kant van zichzelf kennen. Zo bekent hij nog nooit een zelfstandig wonende man te zijn geweest.

In zijn boek “Tegen de zon in kijken” komt hij teruglezend een passage tegen waarin hij patiënten vraagt wat ze het meest vreest aan de dood. Het antwoord is “Alle dingen die ik niet gedaan zou hebben“. Wat een treffende gedachte. We stellen snel iets uit voor later, terwijl dat voor nu bedoeld is.

De Yaloms zijn opgegroeid in de joodse cultuur, maar zijn niet religieus. Na de dood stopt het voor hen. De Bijbelse teksten zijn echter ook voor hen een bron van steun. Zo wordt geciteerd uit Psalm 23: “Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen”… en Paulus in 1 Korinthe 15: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?” Voor mij citaten, die juist in de context waarde hebben, namelijk omdat een altijd aanwezige, met ons betrokken God is.

Het mooie in dit boek is voor mij de eerlijkheid, het kijkje in hun gedachten. Het proces van de voortschrijdende ziekte bij Marilyn en de kwetsbaarheid van Irvin, vragen van beiden om het onder ogen te komen. Ze lezen elkaars hoofdstuk, voordat de ander verder schrijft en zo helpen ze elkaar ook door het proces. Een eerlijke reflectie, ieder voor zich, maar ook samen. Het hele proces, tot aan het daadwerkelijke overlijden wordt zo beschreven. Zolang het kan samen.

Na haar overlijden ontstaat er een nieuwe werkelijkheid. Rouwen vraagt tijd. Verdriet heeft zijn plaats nodig. Het is hard werken, zo ervaart Irvin. In een aantal hoofdstukken laat hij tot ongeveer een jaar na het overlijden ons in zijn ervaringen delen. Heel bijzonder. Een trooster moet ook getroost kunnen worden. Angst en pijn horen bij het leven, ook als therapeut. Ongelooflijk kwetsbaar wanneer het afscheid zo openlijk wordt beschreven. Zeldzaam mooi.

Dit boek heb ik voorgelezen aan mijn geliefde en brengt ook onszelf in gesprek over dezelfde thema’s. Hoewel we bijna 30 jaar jonger zijn, is het ook voor ons goed daarover te spreken. Het is goed het onder ogen te zien en niet ervoor weg te lopen.