Categorie archief: Ergens in Nederland

Op de fiets een gebied bekijken is voor mij een prettige manier van recreëren. Doordat ik daarna vaak onderzoek wat er allemaal gezien is, wordt het nog interessanter. Verstofte topografische kennis wordt weer geactualiseerd. Grappig is ook dat dorpjes niet ver van huis onbekend blijken. Het is leuk om die fietsend te leren kennen. Maar ook wanneer we met onze bus ergens anders kunnen komen en daar fietsen, is het een leuke ontdekkingstocht. Geregeld stap ik even af om wat ik zie vast te leggen. Dat is voor mij als vakantie!

Zwijndrecht aan de Oude Maas

Even een frisse neus halen, dachten we. Nou, die neus werd flink fris. Het was behoorlijk koud. Met handschoenen aan, de shawl om de nek en een winddichte regenbestendige jas, gaan we op weg. Voor de zekerheid hebben we ook nog een paraplu bij ons. Je weet nooit…

Een beetje nieuw is de wandelroute langs de Oude Maas in Zwijndrecht, wanneer we die lopen ongeveer vanaf de brug. Over het brede water zien we het vertrouwde beeld van Dordrecht met de Grote Kerk als markant markeerpunt.

Aan de Zwijndrechtse kant zijn appartementsgebouwen neergezet. Door de boog geeft het iets gezelligs. Er zijn ook restaurants daar en verschillende kantoren voor de scheepvaart. Nu ergens een warm kop kofie of thee zou heerlijk zijn. Helaas houden Covid 19 maatregelen het tegen.

We lopen het hele Maaspad af tot en met het Noordpark. Dan lopen we weer terug. Het begint ondertussen te regenen. En wat ik wel gek van mezelf vind, ik vind het niet eens erg.

Met dit uitzicht lijken alle weersomstandigheden goed… Het uitzicht kun je honderden keren weer fotograferen. Het blijft me boeien. Wat is dat toch?

Met de drukke scheepvaart is er altijd reuring hier. Wat me echter opvalt, zijn de motorgeluiden van de schepen. Een zwaar geluid wat bijna in mijn lijf voelbaar is.

We lopen gedeeltelijk door de wijk rondom de plas.

We lopen dan langs het Veerplein weer terug naar waar we gestart zijn.

Al met al bijna 5 km. Een lekker tochtje. Toch fijn dat we de kou en regen getrotseerd hebben.

Alloyse-Hoeve

Mooi gelegen in een bocht van de Zeedijk, met uitzicht over de Nieuwe Dordtse Biesbosch, ligt de Alloyse-hoeve. We rijden er geregeld langs, wanneer we ontspanning zoeken in de Dordtse achtertuin.

We liepen vandaag een uitgebreider rondje over de dijken en kwamen via de Meeuwenseweg de Zeedijk op. Bovenkomend zien we aan de ene kant alleen maar zware klei en landbouwgrond, terwijl over de Zeedijk heen, water en verte in beeld komen.

De dijken worden begraasd door speciale schapen. Ik denk dat dit het Duitse Zwartkop schaap is. De Zwartkoppen zijn bijna altijd buiten. Alleen bij extreme omstandigheden komen ze op stal te staan. De schapen lopen op weides of dijken waar geen bestrijdingsmiddelen gespoten worden en waar geen kunstmest gebruikt wordt.

En dan zien we ook de mooie hoeve liggen.

De Alloysehoeve is gebouwd tussen 1750 en 1770. De woning is gebouwd als buitenhuis voor de Burgemeester van Dordrecht. De hoeve ligt aan een zogenaamd wiel, gevormd door een dijkdoorbraak in 1682. De woning is in de hoge dijk gebouwd.

De hoeve ligt in de Alloysepolder welke in 1651 werd drooggelegd. Nadat de  Burgemeester was vertrokken heeft de woning een tijd als veerhuis dienst gedaan. In 1800 werd een grote hoge schuur aangebouwd aan de achtergevel tegen de woning, vanaf dat moment werd de woning dus een hoeve en werd er een boerderij gerund door oude landbouwfamilies.

We genieten van het uitzicht en de rust.

Kortland

Wat doet het een mens toch goed om in de frisse lucht te wandelen. De omgeving doet ook wat. Daarom doen we steeds een poging om wat anders te zien.

Vandaag een tochtje gewandeld bij de polder Kortland, waar we deze molen steeds als een ijkpunt hadden.

Deze molen is in 1890 gebouwd. Maar zelfs in 1542 stond hier al een molen op de kaart. Niet gek, zo dichtbij Kinderdijk.

Crezéepolder

Het zonnetje scheen lekker en wat is heerlijker dan om er even op uit te gaan. Het is 3°C. We zijn aan het einde van de middag bij de Crezéepolder uitgekomen bij Oostendam. De zon is al aan het ondergaan.

De Crezéepolder is vernoemd naar de Ridderkerkse burgemeester Crezée die zich tijdens zijn ambtsperioden van 1935 tot 1942 en 1945 tot 1949 heeft ingespannen voor de drooglegging van de grienden aan de buitenzijde van de Molendijk. 

Het gebied waar wij wandelen is in de afgelopen jaren een zoetwatergetijdegebied geworden. Het verschil tussen en eb en vloed is hier ongeveer 90 cm. Door de ligging aan de rivier heeft het gebied een aantrekkingskracht voor zeldzamere vogels en dieren. Een verrekijker is dan wel nodig, omdat we lopend over de dijken geen bijzondere waarnemingen deden.

Gelukkig is er ook de aantrekkelijke rivier. Net vaart met een pittige snelheid de waterbus naar Dordt voorbij.

Oud-Alblas

Het is erg prettig weer voor dit jaargetijde. Alle reden dus om op pad te gaan. Met de recente herinnering aan Ottoland hebben we zin om weer een wandeling in de Alblasserwaard te maken. Dit keer wat eerder op de middag en dichterbij huis.

We starten bij de Dorpskerk van Oud-Alblas. We parkeren daar de bus en lopen achter de kerk langs en steken de straat en het water over naar de Noordzijde.

Het zicht op het water is leuk, maar nog leuker is het tafereel ernaast. Om de een of andere reden draven de schaapjes op het erf naar de afrastering toe. Met hun schuddende lijfjes is dat een koddig gezicht.

We lopen vervolgens in de richting van de Peilmolenweg. Het is wel fris, maar door de zon en de sfeer erg aangenaam weer.

De Noordzijde is een rustige weg met prachtig uitzicht. Veel huizen zijn fraai, maar meer nog genieten we van het lommerrijke groen en het water en de spiegelingen daarin.

We steken de Peilmolenweg over en gaan ook weer over het water, de Alblas. We zien daar molen De Hoop staan. De wieken draaien.

We lopen langs deze korenmolen. De winkel is open, maar het is helaas is het druk. We kunnen niet naar binnen, maar kijken door de ramen en we zien dan hoe het binnen vernieuwd is.

Verderop bij De Krom staat nóg een molen. Het is de Wingerdse molen, oorspronkelijk gebouwd in 1625.

Wanneer we wat verder lopen, zien we achterom kijkend het monument in tegenlicht. Prachtig gezicht is dat met die zon er achter. Er staan drie molens binnen een straal van een paar honderd meter.

De wandeling voortzetten tot aan het dorp Bleskensgraaf vinden we te ver. We lopen dezelfde weg min of meer terug vanaf Abbekesdoel/Vlietweg, maar blijven aan het Oosteinde.

Bij De Krom is heerlijke koffie te verkrijgen.

Ottoland

Eerder dit jaar kregen we een leuk boekje met wandelingen door de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Vandaag kiezen we onze eerste wandeltocht eruit, nummer 9.

Aan het einde van de Graafstroom ligt Vuilendam, dan links en gelijk weer rechts en je bent in Ottoland. Ik herinner mij dat Ottoland gedurende lange tijd eigenlijk maar twee straten had, met de namen A en B. Het is heel raar daar, want je komt in de bebouwde kom, rijdt er weer uit en komt er weer in en je komt opnieuw in Ottoland. We rijden van B naar A!

Aan de A, bij de Gereformeerde Kerk, parkeren we de auto. We lopen een stukje terug tot aan de brug over de Boezem bij de Ottolandsekade. Bij deze brug verandert A in B of andersom.

Over de Ottolandsekade, voorbij de huizen, lopen we de dijk op het grasland in. Het gras is lang en nat. We laten ons er niet door weerhouden.

We lopen langs de Boezem. Met de laagstaande zon kleurt het riet bijna oranje. Bij een bruggetje gaan we rechtsaf.

We lopen dan evenwijdig aan de A in het dorp.

Het hoogste gebouw wat we zien, is van de Nederlands Hervormde Kerk. Net voor de kerk is een pad door het weiland. We kiezen ervoor om onze tocht een beetje langer te maken.

Aan het einde van het pad moeten we een bedrijfsterrein over. Vanaf een bruggetje krijgen we een schitterende avondzon te zien.

Daarna kunnen we over de openbare weg verder. Het wordt steeds donkerder. Dat heeft ook wel wat! We lopen vanaf ongeveer de N216 over de A terug naar Ottoland. We lopen langs de NHK kerk, die we al van verre gezien hadden en zien dan ook de nieuwbouw welke van na 1985 is.

Oostvaardersplassen, Schokland en Urk

Nieuwgierigheid, het vinden van het plaatje bij een begrip of een naam is een drijvende kracht in mij om van alles te ontdekken. Ook met topografische dingen is dat zo. Ooit leerde ik allerlei namen van steden per provincie. Later kwamen er nieuwe dingen bij, zoals de Oostvaardersplassen. Oude dingen spreken mij aan. Bij het bezoek aan de provincie Flevoland moeten we een keuze maken. Nu hebben we gekozen om de Oostvaardersplassen, Schokland en Urk te bekijken.

De Oostvaardersplassen beslaan een heel groot gebied. We rijden er eerst langs via de dijk vanaf Almere tot vlakbij Lelystad. Links zien we het IJsselmeer en rechts het natuurgebied. Imponerend vind ik dat dit land is ontgonnen. We gaan het natuurterrein verkennen.

We lopen het “Boswachterspad ’t Lange pad” van ongeveer 7 km. We zien mooie waterpartijen, veel riet, bospaden en aanvankelijk ook geregeld een passagierstrein.

Wat verder weg onderweg lopen we door een gebied waar Konikspaarden vrij rondlopen in kuddes. Daarover schreef ik al een verhaal.

Wat het weer betreft kregen we van alles. We lopen in de volle zon met een blauwe hemel, maar krijgen ook een koude regenbui te verwerken nadat de lucht donker was geworden. Daarna zien we weer opklaringen met die mooie spelingen van de zon. De middag is al een eind om voordat we weg gaan.

We komen relatief laat aan in Schokland. Schokland. De naam kende ik dus wel, maar wat moet ik mij er bij voorstellen? Een dorpje? Het is een eiland dat geen eiland meer is! De centrale plek is een museum bij een kerkje. Alles is gesloten. We kunnen het kerkgebouw op een terp eigenlijk alleen van achter een hek echt goed zien.

Verderop staat een klein groen houten huisje. Daar lopen we naartoe. Het blijkt de originele grootte te hebben van een gemiddeld huis waar wel 2-3 gezinnen in woonden en het is niet groter dan 4×3 meter! Vooral moeders met kinderen woonden hier. De vaders waren vaak aan boord. Hun zoons gingen ook al jong mee met hun vader. Indrukwekkend hoe ze destijds hebben geleefd met zo weinig luxe en leefruimte.

We lopen een klein rondje, want we willen ook Urk nog met licht zien.

Het begint al snel te schemeren wanneer we aankomen in Urk en uiteindelijk valt ook de avond in. Er is weinig volk op straat, veel winkels al dicht of sluiten op het moment dat we er zijn. En dat de restaurants dicht zijn, maakt het ook wel een beetje dooie boel.

We lopen een rondje op zoek naar markante plekken. We zien de haven met de bijhorende scheepswerven, de boulevard bij het IJsselmeer, de vuurtoren, het monument voor de verdronken vissers, verschillende kerken en wanneer het echt donker is ook de sfeervol verlichte winkelstraatjes.

We hebben een mooie trip gehad in Flevoland. En ondertussen genoten we dat we vandaag 39 jaar geleden verkering kregen.

Met een meer dan vieze bus gaan we naar Dordt terug. Nog net op tijd kunnen we de bus door de wasstraat rijden. Daarna is die weer blinkend schoon! Dat is erg bevredigend!

Konikpaarden

Al lang had ik de wens om in de natuur konikpaarden tegen te komen. In natuurbladen had ik er wel over gelezen. Vandaag is mijn verlangen bevredigd.

Tijdens een wandeling heb ik letterlijk oog in oog gestaan met een konikpaard in het natuurgebied de Oostvaarderplassen.

De bedoeling is daar om 25 meter afstand te houden vanwege mogelijk onberekenbaar gedrag. Het blijkt volledig onmogelijk! Er is een grote groep paarden bij elkaar. Ze struinen door de vegetatie. En terwijl we eigenlujk wachten hoe ze verder lopen, komen ze juist op me af. Een ervan loopt tegen me aan, of die een kopje wil geven, zoals poezen dat doen. Is dat de bedoeling? Of is het nieuwsgierigheid? Of is het een poging om de groep te beschermen? Gezien de waarschuwing ga ik hen verder uit de weg.

De konikpaarden zijn wat klein van stuk en zien er gemiddeld genomen onverzorgd uit in vergelijking met de gehouden paarden. De staarten en manen zijn bij vrijwel alle dieren, die we zien, in de klit. Door de kleur van hun vacht vallen ze niet echt op in het ruige terrein waar ze lopen. Door hun groepsgrootte weer wel.

Het konikpaard komt van oorsprong uit Polen en Wit-Rusland, eigenlijk een ras dat vooral in het wild of halfwild leeft. Sinds 1981 zijn ze in Nederland geïntroduceerd. Ze moeten ook integraal deel zijn van de natuur en zijn dus niet alleen voor de begrazing.

Den Bommel

We hebben een aantal jaar terug in etappes al heel Goeree en Overflakkee gezien, dachten we. Maar de dorpjes aan het Haringvliet hadden we toch niet bekeken. Extra leuk om dat nu wel te doen.

We parkeren bij de haven. We lopen dan om de haven heen naar het strand, waar een zwemgedeelte is gemaakt, een speeltuintje is met wat bankjes erom heen. Karin gaat gelijk even heerlijk schommelen.

Zelf loop ik graag door, ik ben meer van water, bootjes en wijdse beelden en die zijn hier volop. Wat een moois!

We gaan dan het dorpje in. Is er hier nog wat te beleven? Een winkeltje?

Er zijn wel wat winkels in de Voorstraat, maar mijn vermoeden is dat de winkels voor de dagelijkse boodschappen vertrokken zijn. Alleen een bakkerij lijkt er nog te zijn.

In het centrum staat een oude kerk. In de 17de eeuw werd deze gebouwd. Ds. C.W. van der Poel deed er veel moeite voor en dat is zeer gewaardeerd. Er is een straat naar hem vernoemd.

Aan de ene kant zien we die straat zo:

En vanaf de dijk zien we dit:

Aan de andere kant van de dijk zien we dan het Haringvliet. Wat een wijds uitzicht!

We missen bijna nog het beeldje van Olivier B. Bommel. Die blijkt ook bij de kerk te staan. Hij is mijn favoriete stripheld.

We lopen nog naar de westelijke rand van het dorp in de richting van Stad aan ’t Haringvliet. Net buiten het dorp staat korenmolen De Bommelaer, die dateert uit 1738.

De molen is een zgn. grondzeiler, de wieken raken bijna de grond.

Zo met deze nazomerse sfeer is het een leuk, maar erg stil dorp. De mensen zijn vriendelijk, is onze eerste indruk. In de komende zomer zal met de levendige haven en het strandje wel meer reuring zijn.

Wandeling bij Hummelo

We doen een boswandeling met Bas en Ilonka nadat het flink heeft geregend. En we beseffen dat de bodem nóg meer water nodig zal hebben voordat er een duimpje van tevredenheid gegeven kan worden…

We verwonderen ons over schoonheid van deze mooie boom, maar weten niet wat de naam is. De conclusie is uiteindelijk: vleugelnootboom.

Wij genieten al wandelend van de frisse lucht, de mooie herfstsfeer, de paddenstoelen en de leuke gesprekken, maar vooral van de jarenlange vriendschap.

We zien verschillende paddenstoelen en hopen de bekende rode paddenstoel met witte stippen te zien. Die zien we niet. We zien o.a. deze:

En deze in cirkelvorm tussen de bladeren

We lopen langs de Klevenhorst waar Karin en Ilonka het hogerop zoeken.

Op het erf is veel houtsnijwerk te zien. Zo ook uit hout gesneden kerstboompjes. Echt een vondst!

Over modderige paden lopen we weer terug naar het dorpje Hummelo. Wát een gezellige wandeling.

Het zijn er 8301…

Op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten zijn 8301 graven voor alleen Amerikaanse militairen, die gesneuveld zijn in de Tweede Wereldoorlog.

Van jongs af aan heeft de bevrijding van ons land door de geallieerden mij gefascineerd. Meerdere keren ben ik daarom naar monumenten van de WO-II geweest.

Wat me dan vooral bezighoud is de vraag wat er van de samenleving geworden zou zijn, wanneer de overheersing niet zou zijn gestopt. We zouden hebben geleefd in een dictatuur! En daar moet ik niet aan denken. Mijn drive om vrij te zijn, in alle opzichten, is nog altijd groot. Met groot respect bezoek ik daarom zulke begraafplaatsen.

Hun dood heeft ons ‘Blessing’ gebracht. William R. uit Pennsylvania heeft het nooit geweten…

Links en rechts zijn op alfabetische volgorde de namen uitgebeiteld. Indrukwekkend.

Het is nu 75 jaar geleden, maar het is nog altijd indrukwekkend. Hier zijn slechts 8301 graven, een fractie van het aantal doden dat de WO-II veroorzaakte. Het totale getal, wereldwijd, is niet bevatten.

Vrijheid is niet gratis! Leve de vrijheid!

Mergel

Wandelend door zuid Limburg zie ik veel mergel. Vaak zijn de zichtbare wanden restanten van de vroegere mergelgroeven of mergelgrotten.

De typische gele kleur, zie je terug in de huizen. Oude huizen zijn vaak geheel van deze steen gebouwd, nieuwe huizen hebben geregeld een motief van mergelsteen tussen de bakstenen of het pleisterwerk.

De rustieke sfeer is hier typerend, zeker met de bloemen er omheen.

Mergel is in Nederland de enige gewonnen steensoort, die gebruikt wordt voor de bouw van huizen en monumenten. Het is zeer zacht gesteente. In de oude stenen van ruïnes zie je de inkervingen van allerlei mensen. Dat haalt de waarde er voor mij wel af.

In Valkenburg is in de oude stad veel gebouwd met mergelsteen, die 98% kalkhoudend is aangevuld met vnl zand. Feitelijk is het krijtgesteente.

Gebouwen in deze steen gebouwd vind ik mooi vanwege de kleur en de sfeer die het geeft. Het maakt dat je het gevoel hebt in het buitenland te zijn.

De ruine van de stad laat zien dat het al in Romeinse tijden in gebruik was.

Aan de rand van de stad staat dit monumentale pand. Prachtig met die border eromheen.

Kunst bij Sint Gerlach

Tja, kunst. Je moet het wellicht leren waarderen. Soms is er veel kunst in het openbaar bij elkaar.

Ik heb wat minder met modernere kunst, maar soms trekt het toch mijn aandacht. Wanneer het maar niet te abstract wordt.

Bouwkunst interesseert me meer. Ook daarin houd ik meer van klassiek. Toch trok dit bouwwerk mijn aandacht. Dit bijzondere gebouw is van een instelling voor kinderen.

Mooiee vind ik deze klassieke gebouwen. En als er dan kunst omheen is, is dat ook het bekijken waard!

En al die kunst is te vinden in één dorp: Houthem bij Valkenburg

Nieuwe Dordtse Biesbosch

Soms heb je elkaars aanmoediging nodig om tot actie te komen. Op een niet zonnige dag is soms meer aanmoediging nodig dan op een zonnige dag.

Gelukkig is toegankelijke natuur niet ver weg. Het was heerlijk om weer buiten te zijn. We zagen prachtige zwanen, over het water rennende waterhoentjes, eenden en nog tal van andere vogels, die vaak plotseling opvlogen vanuit de waterplanten. Verrassend!!

Van Brielle naar Hellevoetsluis en terug

Het is heerlijk om met de fiets ons land te bekijken. Meestal rijden we niet te ver van huis om dan een stuk te fietsen en vertrekken we niet erg vroeg. Toch voelt ook een middag op pad zijn als een dagje uit.
Gisteren begonnen we onze fietstocht in Brielle. Net buiten de vesting hebben de bus geparkeerd. Met de fiets zijn we eerst dwars door het centrum gaan fietsen. Meestal bekijken we oude stadje lopend, dit keer niet.
Alleen fietsen zonder foto’s maken, voelt niet bevredigend…

Bij de binnenkomst zien we direct de 57 meter hoge toren van de Sint Catharijnekerk.

Prachtig hoe de toren van de kapel van het St Jacobsgasthuis uit 1652 eruit springt in het straatbeeld.

Ook de hallen op de achtergrond vinden we beiden mooi. Dat soort architectuur waarderen meer dan de rechte blokkendozen aan de rand van de stad.

De Sint Catherijnekerk.

We rijden de stad weer uit langs de Hoofdwacht waar we aan het einde van de tocht gaan eten.

Dan op naar Hellevoetsluis! We komen de vesting binnen bij het droogdok, wat eigenlijk net een openluchttheater lijkt.

Bij de haven is het heerlijk toeven. Heerlijk warm en leuk uitzicht. Ik houd wel van die gekleurde huizen.

In Hellevoetsluis is ook het hoofdkantoor gevestigd van 1nP, de organisatie waar ik mijn GGZ werk bij onderbreng. Het gebouw kende ik alleen een miniatuur bij Madurodam.

De vesting is best bijzonder, maar misschien nog wel het meest de bastions aan de rand.

Met behulp van de beroemde fietsenknooppunten rijden we via Oudenoord en Vierpolders. In Oudenoord staat dit mooie kerkje.

We hebben weer een leuke tocht gehad. Met een heerlijke zonnetje rijden door twee vestigingsteden en het boerenland.

…. en daarna heerlijk eten!

Maasvlakte

Rijden door Europoort is niet bepaald aantrekkelijk voor mijn ogen. Veel chemische industrie, veel containers, vrachtwagens, saaie blokkendozen van bedrijven. Daar gaan we niet voor! We gaan voor havens, schepen en de zee!

We zijn naar de Tweede Maasvlakte gereden, zo ver als het kon. Bij Slag Maasmond kunnen we omhoog en komen we bij de monding van de Maas is zee uit, de Nieuwe Waterweg en de Edisonbaai.

Vanaf de Noordzee komen schepen Nederland binnen.

En vanuit de havens gaan schepen de Noordzee op. Ik moet er even op wachten, maar ik vind het leuk om de drie schepen even op een rij te fotograferen.

Wanneer we meer terugrijden over Prinses Máximaweg, de weg die parallel loopt aan de Maasvlakteweg, zien we de Arianehaven.

Daarnaast ligt de Alexiahaven. We zien grote schepen liggen. Dat die grote metalen vaartuigen kunnen drijven, blijf ik fascinerend vinden.

En dan al die kranen, die benut worden voor de overslag van containers. De Tweede Maasvlakte is bestemd voor nóg meer containeroverslag, distributie en chemische industrie. We zien dat het nog volop in ontwikkeling is.

Meer aan het begin, bij de grens met Voorne-Putte is een recreatiegebied. Wanneer ik even over de zeedijk/duin heen loop, zie ik de volle zee.

Nooit eerder was ik bij de Maasvlakte. Toch leuk om dat vandaag wel te hebben gedaan. En dan hebben we nog niet eens gefietst!

Rondje Binnenbedijkte Maas

Hoe heet dat water bij Maasdam in de Hoeksche Waard eigenlijk, zo vroeg ik me af. Formeel is het de Binnenbedijkte Maas, maar in het alledaagse gebruik verkort tot Binnenmaas. Het water liep oorspronkelijk van de Dordse Kil tot aan Oud Beijerland. Nu is het een meer met een lengte van 7,3 kilometer.

We starten de route in Maasdam. We fietsen over de Gatsedijk naar het dorpje Cillaarshoek. Bij de oude dorpskerk is een fraai miniparkje met fruitbomen. 

We rijden een stukje terug om weer op de route langs het meer te komen.

We fietsen dan over de Zuiddijk naar het meer toe. Voor het meer gaan we naar rechts de Zwanegatsedijk op. Links van ons ligt dan het meer. We rijden door het gehucht Sint Anthoniepolder. Dat is een plek met een oude geschiedenis.

Het kerkje in romaanse stijl is het oudste van de Hoeksche Waard. De Sint Anthoniepolder is namelijk bijna de enige polder in de huidige Hoeksche Waard die niet overstroomd is geraakt tijdens de Sint Elisabethsvloed van 1421. Daardoor is het bewaard gebleven. 

Ook de molen is oud, uit 1749. Deze polder heeft dienst gedaan om de polder te bemalen met een scheprad.

Door de weg te vervolgen maken we een rondje en komen we sneller dan gedacht weer terug in Maasdam.

We rijden door Maasdam heen en zoeken om dichtbij het meer te blijven. Dat is eigenlijk niet mogelijk door de huizen aan het water. Wanneer we verderop wel weer bij het water kunnen fietsen, is de provinciale weg ernaast gelegen. We zitten dan recht tegenover de kerk bij Sint Anthoniepolder.

Voortdurend varen er sloepjes en andere vaartuigen langs. De zon schijnt, het is heerlijk weer. We rijden verder.

Het zicht op het meer wordt minder en is uiteindelijk door de beplanting geheel uit het zicht verdwenen. We komen in Mijnsheerenland.

We rijden langs De Hof van Moerkerken. Verderop, achter de huizen ligt de kerk. Die blijkt ook al behoorlijk op leeftijd. De kerk dateert van 1445 en gewijd aan Sint Laurens. In de volkmond spreekt men van “De dorpskerk”. De opdracht tot de bouw van de kerk gaf Vranck van Praet, de ambachtsheer, die voor zichzelf het Huys te Moerkercke (Hof van Moerkerken) liet bouwen, de hof waar we net langs reden.

Vanuit Mijnsheerenland rijden we verder naar Westmaas.

Daar valt de witte molen ‘Windlust’ op en de kerk, die gebouwd is rond 1650.

Al die dorpjes hebben hier leuke authentieke dorpsgezichten. Erg leuk. Ik houd van die blik in het verleden. Opnieuw rijden we een rondje.

We rijden over de Munnikendijk in de richting van Strijen en gaan dan over Ritselaardijk en opnieuw over de Zwanegatsedijk langs Sint Anthoniepolder.

Weer terug in Maasdam kijken we terug op een mooie route.

Langs de Rotte en Rottemeren

We beginnen onze fietsroute bij Rotterdam Hillegersberg bij de Terbregse Rechter Rottekade, die overgaat in de Rottekade.

We rijden door het lintdorpje Rotte. Achter deze huizen bevindt zich een groot recreatiegebied, het Lage Bergse Bos en het Hoge Bergse Bos. Vanaf de weg is daar een skihelling te zien.

Een zeilschool heeft allemaal dezelfde bootjes.

Langs de Rotte staan verschillende molens. Bij Bleiswijk heet de weg langs de Rotte de Rottedijk. Vlakbij de A12 ligt een fietsbrug, naast de spoorlijn. Daar steken we over en rijden weer richting Rotterdam.

We komen dan langs de molenviergang. Deze molengang bestaat uit vier windmolens, die als een eenheid de Tweemanspolder droog houden. De molen op de voorgrond is een zogenaamde grondzeiler. Een grondzeiler kan worden bediend en bezeild vanaf de grond. De wieken draaien over het erf rondom de molen. Best link.

In de verte zien we Zevenhuizen liggen. En niet ver daarvan ligt Waddinxveen. We gaan kijken of bekenden die daar wonen toevallig thuis zijn. Dat blijkt niet het geval. Via Zevenhuizen rijden we weer terug naar de Zevenhuizenplas. Bij de Eendragtspolder nemen even pauze voor wat foto’s. We zien allerlei watervogels, o.a. een zilverreiger.

Een klein stukje verder fietsend komen we bij Rotterdam Nesselande uit. Daar ligt de Zevenhuizenplas.

Het grootste strand zien we in de verte liggen bij de wijk Nesselande. Door die hoge witte appartementengebouwen komt het me groots over. Wel mooi.

We rijden langs de plas en komen uit bij een parkeerplaats waar twee mannen zich gereed maken om te gaan duiken. We hadden al opgemerkt dat het water kraakhelder is. Gelijk konden we wat vragen stellen over deze Zevenhuizenplas.

De plas is in de jaren zeventig aangelegd. Het zand dat er oorspronkelijk lag, is gebruikt bij bouwprojecten in de omgeving, zoals voor het opspuiten van grond voor de bouw van de Rotterdamse wijk Zevenkamp. In het midden is de pkas tot wel 40 meter, Waarvoor de temperatuur niet heel sterk stijgt in de zomer.

We rijden bij Oud Verlaat verder langs de Rotte. Via de Bergse Linker Rottekade komen we bij Rotterdam Terbregge aan.

We steken bij de Prinses Irenebrug de drukke weg over en zien zo nóg meer van Terbregge en de Rotte.

Het is nog een flink stuk totdat we bij een volgende (Philip Williams) brug komen, maar dan voelen we ons ook weer echt in de stad. We zijn in Hillegersberg aangekomen. We besluiten om hier maar te gaan eten, want het is al tegen 18 uur geworden. We hebben het net besloten en zien dan ‘Rijntje – klein restaurant’.

We vinden het direct aantrekkelijk om hier te gaan eten. Het blijkt een Franse keuken te hebben. We bestellen ‘geroosterde bloemkool met polenta, pistache en een kerriesaus’. Het is heerlijk!

Na deze maaltijd en nóg meer verwennerij, rijden we onze laatste 3 kms terug naar de auto. Het begint te schemeren.

De zon verdwijnt langzaam achter de huizen. Wat een feestelijke afsluiting van onze fietstocht langs de Rotte.

Kasteel van Rhoon

In de jongste uitgave van het krant van het Zuid Hollands Landschap stond een artikel over de opgeknapte natuur bij het Kasteel van Rhoon. Bij mijn weten was ik hier nooit eerder en dus was het een leuk moment voor een bezoekje.

Het kasteel is een geliefde plek om te trouwen. De restanten van de feestaankleding zijn nog zichtbaar. Leuk gedaan!

We lopen voorbij de hoofdingang en lopen aan de zuidzijde van het kasteel naar de moestuin. Het is oase van rust, maar verboden voor onbevoegden. Direct ernaast is een perenlaantje met perenbomen, die in een boog naar elkaar toe zijn gegroeid. Een romantische plek.

Het kasteel ligt er door al het groen lommerrijk bij.

Voorbij het perenlaantje bevindt zich bos dat voornamelijk bestaat uit loofbomen, zoals beuken, essen en ook wel kastanjebomen. Dat voelt altijd wel als wat statig aan. Heel anders dan alleen wilgen, die er overigens ook groeien.

We lopen het bos door, daar zijn de paden breed. In een daarnaast gelegen griend zijn de paden te smal of overwoekerd, zodat het voor Karin onaangenaam wordt er verder te gaan. Dat is geen probleem, want er ligt nog een mooi stuk natuur om te bekijken. In een weide grazen wat schapen en koeien, zgn. Lakenvelders, die worden gewaardeerd om hun vriendelijke karakter en probleemloosheid.

Het kasteel heeft ook hotelkamers, o.a. een bruidskamer bij het water, een romantische plek.

We lopen een rondje om het kasteel heen en zien ook de Engelse tuin, al is het wat slecht onderhouden. Er staat veel onkruid.

Is dat nou wiet?

Met enige verbazing zagen we vandaag een heel veld staan met ‘wiet’, zo leek het althans. Dat moeten we eens uitzoeken, dachten we.

De woorden hennep, wiet en cannabis worden regelmatig verkeerd gebruikt, lees ik. De meeste mensen denken ten onrechte dat het allemaal namen zijn voor hetzelfde. De overeenkomst is dat het allemaal de plant cannabis is. De overheid maakt onderscheid tussen legale en illegale canabis. De legale cannabisplanten heten vezelhennep. En dat groeit hier dus.

Er is een hele website aan dit onderwerp gewijd. Ook weer leuk om te weten.

Rondrit bij Ossendrecht, Putte en de Wouwse plantage

Na dagen met veel hitte zijn we blij met het weer vandaag. Het is veel minder warm en er is veel minder zon. We starten bij het natuurgebied De Kraaijenberg (vlakbij Heimolen) ten zuiden van Bergen op Zoom.

Bij vertrek zien we in de verte de contouren van deze stad, maar gaan al gauw gaan we een zijweg in, nog verder naar het zuiden. We komen dan langs de grens met Zeeland te rijden. Aan de westelijke horizon zien we het Markiezaatsmeer en in het zuiden de industrie van de Antwerpse haven.

We rijden langs Woensdrecht, Calfven en zien dan wat we eerder hadden gezien vanaf de snelweg naar Zeeland, namelijk dat er een behoorlijk hoogteverschil is vlakbij de grens met Zeeland. Er blijkt daar een verschil te zijn van 22 meter boven NAP. Het zijn geen bergen, maar het is echt wel opmerkelijk, beetje Limburgs? We zijn bij de Brabantse Wal. In WO-II is hier flink gevochten.

We lunchen in Ossendrecht. Bij de ingang van het terras ervaren we de versterkte maatregelen vanwege corona: we moeten ons inschrijven met naam en contactgegevens. De lunch is heerlijk. Verzadigd rijden we dan door richting Putte.

Onderweg komen we langs een historische plek. In 1983 werd ik opgeroepen voor een herhalingsoefening als dienstplichtige. Ik moest me melden bij de Koningin Wilhelmina Kazerne. Nu is het een desolate plek. De gebouwen zijn verpauperd en de natuur overwoekerd alles. Bizar!

Onderweg komen we twee Joodse begraafplaatsen tegen. De kleinste van de twee is open. We zien graven van mensen uit verre landen, zoals Irak en Iran. De grootste is megagroot en wordt uitgebreid bewaakt. Het is hermetisch afgesloten en omgeven met hoge muren. Een getto voor de doden.

Verder naar Putte. Halverwege Putte is de grens. We rijden België een stukje in, maar lezen dan dat in de openbare ruimte een mondkapje gedragen moet worden. Dat willen we niet. We gaan daarom snel weer terug de grens naar Nederland over. Vervolgens fietsen we langs het Grenspark De Zoom – Kalmhoutse Heide, een gebied met afwisselend bos, heide, vennen en stuifduinen. Het ziet er goed uit. De heide bloeit!

Vanuit Putte rijden we naar het noorden terug, langs Huijbergen naar de Wouwse Plantage en dan weer naar de startplaats. Er zij hier veel bossen, wat het rijden heerlijk koel maakt misschien zelfs een beetje koud.

We komen door het dorpje Wouwse Plantage. Het huis naast de kerk maakt een statige indruk. We hebben een kleine pauze. We kijken dan uit over de velden en zien een kerktoren. Van welke plaats zou deze zijn. Op de route naar huis komen we erachter: Wouw!

Het verdronken land van Zuid Beveland

We stappen op de fiets bij de molen van Rilland en rijden naar het eerste knooppunt.

Vervolgens komen we uit bij de dijk aan de Oosterschelde. Op de achtergrond ligt de haven van Antwerpen waar grote schepen vertrekken.

We rijden een poosje langs het water. Het is heerlijk zonnig weer met een prettig briesje.

Later rijden we meer de polders in en komen we uit bij Waarde. Dat is natuurlijk een leuke naam.

Het blijkt niet alleen een leuke naam te hebben, het ziet er ook best knus uit. Heel verzorgd.

Wat we in heel Zeeland zien zijn de hoge heggen. Zo hoog als bomen. De hegmuren vormen hele lanen.

We rijden door naar Kruiningen. Ook dat is een leuk dorp. We halen er een paar heerlijke appels.

We rijden een extra stukje om. Dit om bij het Kanaal door Zuid Beveland te komen. Vanuit de sluis komen net een paar schepen. En ja, de scheepvaart is altijd een bijzondere trekpleister voor me.

We zien onderweg tot ons grote plezier een normale omgang van koeien met hun kalveren. De kalfjes drinken bij hun moeder. Prachtig. Wat kan ik dát waarderen!

We komen langs Vlake, over de ingang van de Vlaketunnel, die we de afgelopen week een paar keer hebben doorgereden.

Bij het kruispunt van het kanaal met de Westerschelde kijken we vanaf de dijk wat verder. We zien de Zeelandbrug weer, het achterland is mooi.

We komen aan bij Yerseke. Een echte vissersplaats. Het draait daar om mosselen en oesters.

Het zijn niet de gerechten waar we warm van lopen. Het is behoorlijk warm, 26°C en we hebben behoefte aan een verfrissing.

Op een terrasje achter de kerk drinken we wat. En een eindje verder is een ijsverkooppunt. Daar wordt vers sorbetijs besteld. Heerlijke citroensmaak.

De tijd gaat ook verder. We moeten nog terug te Rilland. We fietsen door Oostdijk en Krabbedijke.

Bij de spoorwegovergang zien we dat de dijk ook een deur heeft als waterkering. Die deuren gaan dan over de spoorbaan. Dat gebeurt op meerdere plaatsen langs het spoortraject wat we geregeld kruisen.

Wanneer we benedendijks rijden, fietsen we in de luwte. Bovendijks hebben we zicht op het water.

Op een bankje met zicht op de Westerschelde genieten we van het uitzicht.

Via Stationsbuurt komen we terug in Rilland.

We hebben er dan ruim 60 km fietsend op zitten.

Een leuke route. Een bevredigende vrije dag!

Fietsen over Eiland Tholen

Tholen is het stukje Zeeland dat eigenlijk het minst bij mij bekend was en tegelijkertijd niet echt heel ver weg is. Het ligt tegen Noord-Brabant aan. Leuk om daar eens overheen te fietsen. We starten in Poortvliet, rijden dwars door het dorp heen en sturen aan op het strandje De Schelphoek aan de Oosterschelde.

Net daarvoor staat de oude Schelphoeve, een boerderij uit 1792. De tuin is 1,4 ha groot en ligt in de oksel van de dijk, op 150m van de Oosterschelde.

Bij binnenkomst ligt een oude drinkput in een huisweide omzoomt door een golvende gemengde Zeeuwse haag.

We zouden graag de tuin bekijken, maar we vinden geen contact. Andere keer?

We gaan verder. Iets verderop staat een gebouw met een hoge schoorsteen. Zou het een gemaal zijn? In elk geval een mooi oud bouwsel!

We gaan de dijk op en zien dan de Schelphoek.

Vandaaruit rijden we een traject langs de Oosterschelde. Flinke wind in het gezicht. Heerlijk. Er is nog niet veel zon.

We rijden dan vanaf de dijk richting Sint Maartensdijk, in het Zeeuws heet dat Smerdiek. Vanaf een afstandje viel de Sint Maartenskerk al op vanwege de toren.

Het oude stadhuis ligt aan een plein. Het is een bouwwerk uit 1586-1587.

We zien dat er op het eiland ook bloemen worden gekweekt.

Door de polders rijden we naar Stavenisse.

Bij Stavenisse komen we bij de kruising van de Oosterschelde en het Mastgat. Aan de andere kant van het Mastgat ligt Schouwen-Duiveland. Op die hoek kun je ook goed de Zeelandbrug zien liggen.

We fietsen langs het water naar Sint Annaland.

Dan gaan we door polderwegen terug naar Poortvliet en komen we onderweg nog meer kleurrijke akkers tegen.

Fietsen vanaf Kamperland

We waren een beetje later dan gepland. Het weer zou ook niet zo mooi zijn. De planning was om te fietsen vanuit Kamperland, met een veerboot over naar Veere en dan ergens een tuin bekijken en via Vrouwenpolder weer terug rijden naar de Oranje Bus. Een mooi rondje.

Het verliep anders. De veerdienst vaart niet continue heen en weer, maar op vaste tijden. We zouden een uur moeten wachten. Daar hadden we geen zin in. En wat ook anders is, is het weer. Het is best zonnig en een heerlijketemperatuur!

We rijden langs het Veerse Meer, langs het natuurgebied De Schotsman totdat we de zee zien. Door de duinen, over een soort fietsboulevard kunnen we in alle rust fietsen naar Vrouwenpolder. Vanuit het autovrije gebied rijden we Vrouwenpolder in, waar het beredruk is met het verkeer. Een vrachtwagen parkeert in hartje dorp om te kunnen lossen, campers en andere wat grotere auto’s nemen de rest van de ruimte in. We rijden maar snel door. In de polders is het wel rustig.

We rijden door Serooskerke en iets verderop bij Molenbaix is de aangeprezen particuliere tuin, De Pionier-Ster. Hier worden we gastvrij ontvangen.

In een ander blogje meer erover.

We nemen vanwege de tijd ongeveer dezelfde route terug. Eerst naar Vrouwenpolder. En dan weer naar Noord Beveland.

Op de route hebben we mooi uitzicht op het Veerse Meer. Daar is een dam gelegd na de ramp van 1953.

In de verte zien we de stormvloedkering van de Oosterschelde. Dat is een pareltje in het watermanagement. Heel imponerend vind ik dat.

We rijden over het meest nabijgelegen deel heen tot Neeltje Jans, en zien links de Noordzee, rechts de Oosterschelde met in de verte de Zeelandbrug.

Bij Neeltje Jans, het werkeiland, strijken we even neer om de binnenhaven te zien. Inmiddels is het avond.

De meeuwen hebben hun rust gevonden.

Fietsen door Schouwen- Duiveland

Een nieuwe dag, we gaan naar een ander eiland van Zeeland dan gisteren. We doen opnieuw een fietstocht via fietsknooppunten, die we tevoren hebben uitgedacht, zodat we vooraf weten welke nummers we moeten volgen. Praktisch!

Deze schaapjes blijven hier altijd trouw aanwezig…

We starten in pittoreske dorpje Dreischor. Centraal in het dorp staat de kerk, daarom heen staan grote bomen en daarom omheen is de straat met huizen. Het is een gezellige sfeer in het dorp, mede ook door de zon.

De ring om de kerk

Vanuit Dreischor rijden we in de richting van Brouwershaven.

Net buiten het dorp staat de witte molen

Dit gebied roept wat associaties op met mijn vroegere werk als SPV. Toen deed ik veel huisbezoeken. Ik kende de regio en de sfeer van het gebied. Alle invloeden van de cliënt werden zo meer duidelijk en dat hielp wel bij het begrijpen van hen.

Uit dit gebied in Zeeland zijn recent ook cliënten naar Dordrecht gekomen. In de gesprekken kwam hun woonomgeving ook aan de orde en ze prijzen hun mooie omgeving aan om te komen bekijken. Nu kan ik hen er ‘plaatsen’.

We rijden door open landschap. Het lijkt nog wijdser te zijn dan Walcheren.

Vanaf de dijken zien we het Grevelingenmeer.

Brouwershaven is circa 1285 gesticht als nieuwe haven voor Brijdorpe, van welk dorp de haven verzand was. De naam Brouwershaven komt voor het eerst voor in 1318. 

We komen in het stadje Brouwershaven vanaf de sluis bij de haven. Er liggen veel scheepjes met masten.

We zien verderop in het centrum mooie oude gebouwen, o.a. het oude raadhuis met een trapgevel.

We fietsen het oude gedeelte door. Er zijn allerlei smalle straatjes met plaveisel dat niet lekker rijdt op een fiets. Na de lunch fietsen we verder langs het Grevelingenmeer tot de grens van Scharendijke. We fietsen door een gehucht, Looperskapelle.

We gaan even wat lezen in een tijdschrift op een bankje, maar de voorbij rijdende auto’s en tractoren maken het toch onaangenaam. Wat maken die een herrie. Dan maar verder fietsen.

Er zou nog een mooie tuin in de buurt zijn. De eigenaars zijn telefonisch niet bereikbaar, dus gaan we er op goed geluk langs. We kijken even rond op hun perceel, maar mooi vinden we het niet. We denken aan vergane glorie. Jammer. Onderweg bij Kerkwerve zagen we gelukkig nog wat moois liggen.

We fietsen door in de richting van Noordgouwe en Schuddebeurs. Er is daar de Donkereweg, die zijn naam eer aan doet, een weg met hoge bomen en statige huizen met grote percelen. Schitterend is dat en zo anders dan de landerijen. We rijden er een rondje en gaan dan verder naar Zierikzee.

Zierikzee is een mooie oude stad met eeuwenoude gebouwen, oude havens, vissersboten en volop toerisme in het winkelhart. Er hangt een luchtige ongedwongen sfeer. Mensen dobberen met bootjes en surfplanken op het water terwijl we op een terrasje tegenover de Noord en Zuidhavenpoort wat drinken.

Het stadje nodigt uit om verder bekeken te worden. Dat doen we uiteraard fietsend.

Er is wel een aantal uren door te brengen hier. Dat komt nog een keer, denk ik.

Terwijl we de zadels minder prettig gaan voelen, moeten we nog wel een kleine 10 km rijden. Eerst daarom onze meegenomen salade nuttigen op een bankje. Helaas zit zo’n bankje dan ook te hard. Daarna gaan we dan maar snel terug naar Dreischor. De autostoelen zitten wél aangenaam!

Fietsen door Walcheren

In het voorjaar bezochten we Vlissingen. Het was prachtig weer. We liepen toen over de boulevard en door het oude centrum. Maar dachten we, wat zou het leuk zijn om met de fiets naar Domburg te rijden! Een goed idee voor in de zomer.

Vandaag was het dan zover. Met de Oranje Bus zijn we naar Oost Souburg gereden. Bij het station daar hebben we de auto geparkeerd en toen de gewenste tocht gemaakt. Eerst naar Vlissingen. Direct naar de kust en dan via fietsknooppunten naar Dishoek gefietst. Op een plein was volop horeca en dus een mogelijkheid om een bakkie te doen. Bijna 12 uur…

Daarna weer verder, meer nog richting het water. We zijn dan bij Zoutelande. We zien daar het open water van de Noordzee en horen strandgeluiden. Vakantie!

Een eindje verder kunnen we op duinhoogte blijven rijden en zien we het dorp met de rode dakpannen liggen. Leuk om te zien.

We fietsen door tot Domburg. Dat is echt toeristisch. Het heeft een eeuwenoude geschiedenis.

De watertoren

We fietsen dan het binnenland weer in. We rijden richting Aagtekerke. Aagtekerke is genoemd naar de heilige Agatha, de patrones van het dorp. Nu heeft het dorp een grootdeels reformatorische bevolking. Het is heerlijk om door de landerijen te fietsen. Er wordt hard gewerkt door de boeren.

Nog een stukje verder ligt het kerkdorpje Biggekerke. De naam blijkt niets met varkens van doen te hebben. Bigge was in de vroege Middeleeuwen een gangbare persoonsnaam.

Dan gaan we op zoek naar een adres. Om er te komen rijden we zeker 3 km meer… We bezoeken een zeer mooie tuin, waar de eigenaars ons hartelijk welkom heten. We drinken er wat en gaan dan van de tuin om het huis genieten.

Daarna gaan we terug naar Vlissingen.

We eten er wat op een groot plein in het centrum en fietsen terug naar Oost Souburg. Met de auto rijden we nog een rondje Walcheren. In Meliskerke verwonderen we ons over de kerk. De toren staat behoorlijk uit het lood en achter de klassieke kerk is een heel moderne kerkzaal aangebouwd.

Een paar huisjes moeten even gefotografeerd worden.

Wat een leuke vakantiedag!

Toeren door Nederland

Het is zelden dat ik een rit maak als vandaag. Fijn met de Oranje Bus. Vanuit Dordrecht vertrokken, zijn we naar de Achterhoek gegaan. En wanneer we daar dan in die hoek rijden worden we begroet door de rust, de ruimte, het groene landschap. Heerlijk.

Op het platteland genieten van de boeren, de tractoren, de boerderijen. We hebben vrienden ontmoet. Even elkaar zien na bijna een half jaar. Dat is fijn. Vriendschap vraagt onderhoud. En deze vriendschap is er al meer dan 40 jaar!! Dus dit onderhoud was echt weer van waarde.

Nadien hadden we weer een prachtige ontmoeting. Nu met familie. Een hernieuwde verbinding. Mooie ontmoeting, veel overeenkomsten en inzichten. Samen heerlijk dineren.

Jammer dat we niet veel tijd meer hadden, want we hebben nog een paar dagen logeren te goed in Lemmer.

Piepers

Toen we door de Kiltunnel gereden waren vandaag zagen we verschillende velden met aardappelen, piepers. Ze staan nu volop in bloei. Eigenlijk heb ik nooit zo’n plant van dichtbij bekeken. Vandaag dus een goede reden om dat wél te doen. We zagen twee typen aardappelbloemen. Deze bloem met wit en geel vind ik het mooist.

We hadden het ook even over een enorme berg aardappelen, die maar nauwelijks verkocht werd door de huidige corona crisis. Nu weer velden vol. Hoeveel zou zo’n veld nu opleveren in kg’s?

Ooit las ik van een populaire lekkernij in de Hoeksche Waard, de seuter. Het schijnt wereldberoemd te zijn in ’s-Gravendeel. In dit dorp bakken ze ongeschilde krieltjes, wat dus seuteren wordt genoemd. Niet raar dus dat ‘s-Gravendelers Seuters worden genoemd.

Ook las ik dat van de aardappels die niet geschikt zijn om te koken en alleen om te bakken, een speciale chips gemaakt wordt met een geheim recept.

Scandinavisch Nederland

Gisteren waren we in een oud Nederlands havenstadje, Spakenburg. Op fiets reed een mevrouw in klederdracht voorbij. Wat een vervlogen tijden! Nu zal dat vooral toeristisch zijn, vermoed ik. Maar toch is het leuk om te zien.

Het was gisteren heerlijk weer en in Spakenburg was het heel rustig met nauwelijks toeristen. Met een portie friet zijn we een poosje bij de haven gaan zitten. Daar is uitzicht op een houten loods in Zweeds rode kleur en erom heen lagen verschillende Deense vissersboten van hout. Die worden daar opgeknapt. Het beeld maakt het een beetje Scandinavië in Nederland. En dat bevalt me wel.

Spannend en mooi

Vandaag waren op zoek naar het middelpunt van Nederland, nabij Lunteren en reden we met de fiets een smal paadje in wat duidelijk geen fietspad meer was. Stug doorrijden is dan de enige optie want de onbekende bestemming was een uitdaging om te vinden. Over het smalle pad groeien prachtige planten met grote bladeren. We waren er al een flink aantal gepasseerd toen ik me realiseerde dat het de Berenklauw moest zijn. Ooit had ik gelezen dat de plant grote schade kan toebrengen aan de huid, omdat het sap furocoumarinen bevat, die sterk fototoxisch zijn. Blootstelling aan zonlicht na contact met het sap kan na 24 uur rode jeukende vlekken veroorzaken, die gevolgd worden door zwelling en blaarvorming. De ene soort is gevaarlijker dan de andere, maar het verschil er tussen weet ik niet.

Moeten we verder rijden? Teruggaan? Bij een wat breder stukje pad konden we de fietsen draaien en zijn we toch maar teruggereden naar veiliger plaatsen. Het pad was toch een beetje te smal.

Maar wat is het mooi om die planten van nabij te zien. Het zijn witte bloemen in veelstralige schermen. De bladeren hebben een prachtige nerf. Velden stonden ermee vol.

Het middelpunt van Nederland hebben we uiteindelijk nog niet gezien…

Wijngaarden

Grappig dat het dorpje Wijngaarden deze naam heeft, want er is daar geen wijngaard te bekennen. Het is het laagstgelegen dorp in de Alblasserwaard. Tijdens de watersnood van 1953 kwam het dorp onder water te staan. Onderweg zijn we een bordje tegengekomen waarop het staat.

Pas hebben we door dit dorp gefietst. Lopen is dan toch weer anders. De warmte van de zon en op de terugweg de flinke wind in het gezicht. Heerlijke om zo onderweg te zijn. Hieronder een aantal foto’s!😘

Bokkig bokje

Vandaag heerlijk gefietst. Via de Baanhoekbrug richting Wijngaarden en toen weer terug. Geen mega-afstand, maar wel relaxt om te doen.

In het weiland was er even een mooi tafereeltje. Twee bokken stonden los van elkaar op een strook land. De ene kwam nieuwsgierig naderbij, de ander kwam soms een paar meter naderbij en trok zich dan toch weer terug. De uitstraling was bokkig, alsof hij dacht: ik heb jullie niet nodig!

Karin bood beiden later een pluk vers gras aan, maar ook dat maakte geen verschil. De ene was gretig, maar de bokkige bok wilde ook geen aangeboden gras, maar koos voor zelfvoorziening.