Categorie archief: Psychologie

Moederziel

In Moederziel beschrijft Sophie Zeestraten hoe haar leven op de kop ging nadat haar moeder -toen ze vijf jaar was- is weggegaan om niet meer terug te keren. Ze blijft bij haar vader en broer en leert overleven terwijl ze emotioneel totaal verwaarloosd wordt.

In het boekje “De herontdekking van het ware zelf” herkent ze wat haar is overkomen en haar eigen daarop aangepaste overlevingsstrategieën. Die strategieën had ze als kind nodig om met de moeilijke omstandigheden om te kunnen gaan. In haar volwassenheid blokkeren deze strategieën haar om voluit te leven. Dat begrijpend, neemt ze het besluit om haar verleden onder ogen te komen.

Ze probeert om haar leven objectief in beeld te brengen. Ze stelt veel vragen aan de volwassenen in haar kinderjaren over hoe het toen ging en waarom het zo ging. Eerst de veilige mensen, waar ze fijne herinneringen aan heeft, maar ook haar vader. En wanneer ze in contact komt met haar moeder, vraagt ze beide ouders om hun beeld van wat er waarom gebeurd is, opnieuw te beschrijven. De herinneringen worden weer opgerakeld, krijgen kleur en worden levendig. Zo ook de pijn, de eenzaamheid van de verwaarlozing en haar onzekerheid door alles in het leven zelf te moeten ontdekken. Ze ervaart daarop intens haar emoties van boosheid, woede en verdriet. Door hier niet voor weg te lopen, maar ook door haar angsten voor afwijzing aan te gaan, stelt ze alle vragen die ze heeft. Zo vallen de puzzelstukjes op zijn plek en kan ze de feiten aanvaarden en komt er – voor zover het aan haar ligt – herstel van haar relatie met moeder en vader.

Het is een indringende geschiedenis. Door zelf door de pijn te gaan, komt er verandering in haar leven, komt er uiteindelijk een positief perspectief en leert ze omgaan met de altijd vermeden onaangename emoties.

Tijd van onschuld

Dit is een autobiografie met daarin een beklemmend thema. Het afstaan van een kind bij de geboorte…

Agnes groeit op in een traditioneel Rooms Katholiek gezin, waar de pastoor grote invloed heeft. Ze hoort bij de babyboomers en maakt de sociale revolutie van de flowerpower mee, de start van de ontkerkelijking, het losmaken van de vanzelfsprekendheden en overtuigingen van die tijd. De angst voor de verdoemenis, die de mensen aanstuurde in hun gedrag vergaat bij de jongeren. Maar Agnes is geen voorloper, meer een volger als 4 de dochter.

In haar tienertijd komen er vriendjes. En een ervan maakt haar zwanger. Het besef om nee te zeggen tegen zijn avances ontbrak. Ze had geleerd volgzaam te zijn. Er werden thuis nooit vragen gesteld. Op haar 15de is ze zwanger. Ze weet dat tot haar 8ste maand voor haar ouders geheim te houden. De gezinscultuur is gebaseerd op mannelijke eer en schaamte en vooral om geklets te voorkomen.

Onder een valse naam bevalt ze in het ziekenhuis. Thuis is er geen plaats voor haar dochter. Ze staat het af. Ze is nog een kind. Maar ze blijft wel de moeder. Het is een geheim dat ze blijft meedragen tot na jaren de tijd begint te rijpen om erover te praten. Het is een proces met allerlei sociale en psychologische aspecten. Mag ze haar dochter wel belasten met haar zijn? Heel langzaam ontstaat de wens tot contact. Zo gaat ze na 30 jaar naar de FIOM om te kijken of er contact gelegd kan worden met haar dochter. Dat contact komt. Het is een multidimensionaal en emotioneel verhaal. Mooi, beklemmend, verbindend en vol vragen. Ik lees het in één ruk uit. Het boeit me.

Het is een mooi boek geworden. Ik denk dat het goed doet aan ouders en kinderen, die in dezelfde situatie zitten.