Witte Anemonen

Elk jaar kijk ik ernaar uit: de bloei van Witte Anemonen ‘Honorine Jobert’. Het is augustus en ze komen tot bloei. Sommigen nog in de knop, de anderen zijn er al uitbundig!

De hoogte van Anemone ‘Honorine Jobert’ bedraagt ruim 120 cm. Ze komen al boven de heg uit.

Is het geen feestje?

Matrei in Osttirol

We waren hier eerder, in 2019. Het verblijven in Herberg Zirbe smaakte naar meer! Daarom in juli 2021 weer naar deze plek.

Het is de eerste dagen regenachtig. Dat geeft met de bewolking wel mooie plaatjes.

In de avond is het mooi. Ik ben even de berg op naar de Annakapel.

Vlakbij Prossegg staat een wit kasteel, Schloß Weisenstein, ogenschijnlijk onbereikbaar. Zo met de wolken eromheen, vind ik het wel mysterieus.

In de herberg is het gezellig. Gesprekken met de herbergier, zijn vrouw en kinderen, maar ook met andere gasten.

Er is warmte en plezier. Tips worden gegeven over mooie tochten en goede restaurants.

Bergen bloemen

Twee woorden die veel verwondering oproepen: bergen en bloemen. De afgelopen dagen waren we in de Alpen en zagen bergen bloemen.

De namen ken ik niet. Maar van de kleuren genieten en vooral ook gecombineerd met de plekken in het berglandschap, dat lukt wel.

Deze witte pluizige bloemetjes zijn vooral te vinden in nattige grond.

Het zien van de bloemen zet me letterlijk en figuurlijk stil. Dat is een voordeel bij het stijgen en dalen. Door het bekijken van de bloemen, is er een natuurlijke pauze. Ik kom er daarom letterlijk en figuurlijk van tot rust.

Dit is maar een klein vleugje van onze bergvreugde!

Großglockner Hochalpenstraße

Om vanuit Matrei in Osttirol naar Maria Alm te rijden, hebben we gekozen om via de in totaal 47,8 km lange weg van de Großglockner Hochalpenstraße te rijden.

Vansf Lienz rijden we naar Heiligenblut (1301 m). Daar begint deze bijzondere weg, want dat is het. Bij Bruck an der Großglocknerstraße (805 m) is het einde van deze weg. Op het hoogste is de weg 2504 meter boven de zeespiegel. Door vele haarspeldbochten komen we omhoog en weer omlaag. Het is een uitdaging om deze rit te maken. Je wilt kijken, maar je moet ook alert blijven.

Nog een grotere uitdaging was het om deze weg mogelijk te maken. Dat begon in 1930. Op 30 augustus werd gestart met de aanleg. In 1934 is het voor de eerste keer gelukt de Alpen over te steken in een auto.

Halverwege de weg is er een uitstapje naar de Edelweißspitze van de Großglockner gemaakt, wat een toeristische trekpleister is geworden. We reden een reusachtige parkeergarage binnen met wel 6 verdiepingen, midden in de bergen. Bizar!!

Het is een doodlopende weg, maar dat hadden we even niet door. Hilarisch eigenlijk dat we 3 keer naar de doorgaande weg hebben gezocht.

Deze foto’s zijn een compilatie van heel veel moois.

De eerste weg over de Alpen is nu een weg die gereden wordt vanwege die schoonheid. Fietsers beconcurreren de auto’s hier. Ze gaan tergend langzaam omhoog, maar sneller dan de auto’s weer naar beneden!

Er zijn snellere routes door de Alpen door de aanleg van tunnels.

We zijn met onze tocht van Tirol via Karinthie naar het bundesland Salzburg gereden. De terugweg ging via de Tauerntunnel. Deze tunnel heeft een lengte van 6.401 meter en is een van de meest gebruikte tunnels van Oostenrijk. Deze komt uit vlakbij Matrei. Het scheelt ruim een uur reisijd.

Defreggental

Het Defreggental loopt van ongeveer Lienz tot aan de grens met Italië. Met onze bus gaan we 2x erheen. Een prachtige rit.

De eerste keer rijden we een pas en gaan door naar Italië.

In Italië zien we het meer, Lago di Anterselva. Echt dichterbij kunnen we niet komen.

We rijden direct weer terug naar Oostenrijk. Gewoon leuk om die pas te hebben gereden. We wandelen dan nog even om de Obersee heen.

Een paar dagen later gaan we opnieuw naar dit dal. Nu alleen om te wandelen.

Een van de eerste dingen die we zien is een kudde koeien. Fantastisch hoe ze hier in de natuur aanwezig zijn.

Dit Wolgras staat in het natte deel. Ze hebben voortdurend natte voeten.

Het wordt een pittiger tocht op het Italiaanse grondgebied.

Hier zien we de Lago di Anterselva vanuit de hoogte liggen.

We klimmen verder naar boven over rotsige paden.

We zien de Obersee in Oostenrijk liggen.

Daar staat de auto, daar moeten weer naartoe.

Ködnitztal

In Tirol hebben we fantastisch gewandeld. We hebben nabij Kals in het Ködnitztal een wandeling gemaakt.

Naast de prachtige Großglockner zijn het vooral de planten, die zo prachtig zijn. Niet bedacht, gepland of uitgezaaid, maar spontaan de natuur waar ik U tegen zeg. Uit dank aan de Schepper.

We raken meer gewend aan het bergwandelen.

Ook de smaak wordt vertroeteld!

Kerken en kapelletjes

In een katholiek land als Oostenrijk, vind je op vele plaatsen een crucifix, een kapel of een kerk.

Osttirol heeft er ook genoeg. Deze kerken en kapelletjes kwamen we tegen in twee dagen tijd. De eerste was de Sint Nikolauskirche bij Ganz.

De grootste kerk staat prominent in Matrei. De St. Albankirche. De toren van de kerk is de hoogste van heel Tirol.

Binnen in de kerk is het verrassend mooi. Niet alleen het altaar, maar ook de schilderingen op het plafond.

Ook in Matrei staat de Lourdeskapel, gebouwd tussen 1903 en 1904.

Onderweg naar een andere opmerkelijk kerkje zien deze kapel staan bij de Ģrabenweg.

De Klaunzerkapel is vrij recent vernieuwd. Het dak is van hout. En dat oogt bijna goud.

De Annakapel staat bij een uitzichtpunt, boven Prossegg.

Een houten kapel staat midden in de woonkern van Prossegg.

In Virgen staat deze kerk, de Walfahrtskirche Maria Schnee. Dit gebouw is gebouwd rond 1456 heeft prachtige fresco’s.

Hoog in de bergen, bij een restaurant zien we deze crusifix hangen.

Nadenkend over de kerken en kapelletjes en crusifixen, ervaar ik de schoonheid van het bewustzijn van wat Jezus voor ons allen gedaan heeft. Het kan natuurlijk een religieus relikwie worden, maar een kapel in de eigen woonomgeving maakte dat gezamenlijk ook de eerbied en dank werd gebracht. Ook vind je er de herinnering aan overledenen terug. De kerk van nu vraagt ook om toegankelijkheid, echtheid, onderlinge liefde en betrokkenheid. Elk huis kan zo een kapel of kerk zijn, terwijl ons eigen lichaam een tempel is van God!

Busjes

Busjes zijn mijn favoriete vervoermiddel. Hoeveel heb ik er nu eigenlijk al gehad?

1. Mijn eerste bus werd in juni 1990 gekocht, een Volkswagen Transporter (T3). In november werd deze weer verkocht. Een Blauwe Bus.

2. Na een poosje geen auto te hebben gehad, kochten we een Witte Bus, een Nissan Vanette. Ongeveer 1992

3. Eind 1995 werd de Witte Bus total loss gereden en werd de tweede Blauwe Bus, de Hyundai H100 aangeschaft. Gloednieuw!

We hebben met de Blauwe Bus veel verhuisd, heel veel spullen en troep afgevoerd. Op de dag na Hemelvaartsdag werd de Blauwe Bus gestolen, volgeladen met tuinafval.

4. Direct werd gezocht naar een alternatief. Het werd een Rode Bus, de Mazda E2200. We herinneren deze auto als log, zwaar en traag. Vooral in de bergen reden we vooraan…

5. In 2002 werd de Groene Bus, een verlengde Volkswagen Transporter, gekocht in Veldhoven. Dat werd de topper in de jaren. Een heerlijke reiswagen met veel mogelijkheden.

We deden de Groene Bus weg toen het wel erg duur werd. Brandstofprijzen en wegenbelasting werden in dezelfde tijd veel duurder. We hadden een poosje geen bus. Een spijtige tijd. Weer een bus kopen bleef de grote wens.

6. In 2017 kochten we de Oranje Bus in Friesland. Heel opzichtig wat kleur betreft en arm aan luxe, maar erg praktisch en fotogeniek. We hebben er enorm van genoten.

7. Nu rijden we met de Bruine Bus. Een wagen die hopelijk veel reisplezier gaat geven. In ieder geval is het rijcomfort al beter dan alle bussen hiervoor.

Landgoed Klein Bylaer

Het lijkt alsof je door een bos rijdt, maar achter de coulissen van bomen, houtwallen en struikgewas zijn akkers, weilanden en heidevelden en ons onderkomen te vinden.

Het landgoed Klein Bylaer wordt doorsneden door de Kleine Barneveldse Beek en heeft zijn huidige naam te danken aan de boerderij Klein Bylaer. Daar logeren we. Het hoofdgebouw, wat hier aan de achterkant te zien is, krijgt een nieuw rieten dak.

In de ochtend maken we een wandeling over het landgoed. Dat is openbaar terrein. Er zijn heidevelden en vennen te zien.

De heide lijkt wel overwoekerd door grassen.

In de buurt van water zien we ook veel libellen. Bijzonder hoe deze als blauwe streepjes langs je heen vliegen.

Een vlonderpad over het natte terrein geeft ook bekijks. Een paar dames fotograferen hoe een lieveheersbeestje wordt verorberd door een groter soort wesp.

Weidegrond dat omgeven is door bomen. Dat is toch wel heel anders dan de polderweides.

Het landgoed wordt beschreven als een goed leefgebied voor reeën en in de schemering blijken ze regelmatig te zien langs de bosranden.

We zagen nog niks, maar wellicht zien we die vanavond nog!?

Van Oranje naar Bruin

Met genoegen kan ik schrijven dat we op 10 juni besloten hebben tot de aankoop van een andere Volkswagen Transporter en de verkoop van het Oranje exemplaar. Een historisch moment! Het doet mij wel wat om afscheid te nemen van de Oranje Bus!

Onze Oranje Bus (uit 2006) heeft zijn belangrijkste functie vervuld op het eiland Texel. We hebben hem bijna 4 jaar geleden gekocht in midden Friesland. Onze Bruine Bus (uit 2015) heeft onderhoud gehad in de Achterhoek en is door ons gekocht in Hoeven, Noord-Brabant.

Het ging ineens snel. In de ochtend van 10 juni heb ik de carrosserie van de Oranje Bus laten bekijken door een schade-expert. Zijn observaties heb ik gewogen en werkte mee aan de beslissing over onze Busjes-droom.

Op internet vond ik deze nieuwe auto en eigenlijk had het zo’n beetje alles wat ik graag wil. Het heeft een totaal andere uitstraling en dat is nu prima. En het heeft een automatische transmissie. Dat is wel even wennen. Maar het rijdt minder luidruchtig en soepeler!

Doordat deze bus een dubbele cabine heeft, kunnen we 3 passagiers met ons meenemen. Dat gebeurt niet vaak, maar het kan nu wel weer en het geeft ruimte om de bestuurdersstoel ver genoeg naar achteren te kunnen schuiven.

Een paar extra’s die we hiermee krijgen. De Bruine Bus heeft meer kracht, goede airconditioning, heeft een automatische transmissie, allerlei voorzieningen om handsfree te kunnen bellen en zo nog meer elementen. En, we kunnen weer passagiers meenemen. Wel is het minder aantrekkelijk om lange spullen mee te nemen, want we leveren ongeveer 30-50 cm aan bagageruimte in.

We nemen afscheid van de knutsel auto en gaan gebruik maken van meer luxe en comfort.

Kasteel met herinneringen

We reden in de buurt van Sint Oedenrode. Daar ligt een jeugdherinnering. Tijdens een vakantie zijn we hier wel eens geweest met mijn ouders. Met een van de kinderen ben ik hier ook een keer geweest, omdat dit kasteel wat de vorm betreft mij zo dierbaar is.

Kasteel Henkenshage zoals dit gebouw heet, is een kasteel met een rijke historie. Nu is het een gewilde trouwlocatie en restaurant.

Als schooljongen speelde ik graag op zolder. Op de tafel lag een groot kussen uit de rookstoel. Daar bovenop had ik een plastic kasteel met een hele reeks ridders, waarvan velen te paard waren. Op die zolderkamer werd een strijd gestreden tussen goed en kwaad en uiteraard hoorde ik bij de juiste partij. En gelukkig wonnen de rechtvaardigen ook altijd. Ik weet niet meer welk kwaad er verdreven moest worden, dat is toch jammer. 😉

Het kasteel van Sint Oedenrode lijkt met de ronde torens en het bruggetje wel iets op mijn kasteel.

Ik was weer even de kleine jongen vandaag. Heerlijk!

Feestje: 14.000 dagen!

We hebben een memorabele dag, want vanaf 18-02-1983 tot 18-06-2021 genieten we nu al 14.000 dagen ofwel 2.000 weken van elkaar als getrouwd stel! En dat is uiteraard alle reden om het te vieren. En dat hebben we gedaan.

Eerst een bezoek aan Egmond Binnen waar we een Abdij bezochten met een prachtige vlindertuin.

Daarna hebben we een heerlijke fietsroute door de duinen gehad.

We hebben genoten van uitzicht op zee. Eerst bij het strand van Bergen aan Zee en daarna bij Schoorl.

En tussendoor hebben we gefietst tussen de bergen aan zee en door de bossen bij Schoorl.

Wát een mooie gebieden!

Toen was het tijd voor de feestelijke versnapering en tijd om even op het terras te lezen.

Een glas verse Pepermuntthee met een puntje taart!

Maar met storm, onweer en windvlagen in het vooruitzicht, zijn we daarna weer terug naar ons onderkomen gefietst. Precies op tijd komen we er aan. Drie druppels regen getrotseerd!

En nu zitten we binnen. Buiten komt de regen met bakken naar beneden. Het stormt! Wat een mooie dag hebben we gehad. Weer veel redenen tot dankbaarheid!

Noordhollandse Duinreservaat

Voordat we de duinen komen, rijden we door Egmond aan den Hoef, waar we de restanten van het Kasteel Egmond of Slot op den Hoef zien liggen. Alleen de Slotkerk staat nog overeind.

In Egmond aan Zee zien we de Vuurtoren staan. Een aantal jaar geleden ben ik daar bovenin geweest. Dat is nu niet mogelijk.

Dan zijn we bij de prachtige duinen van het Noordhollands Duinreservaat.

Bij een uitzichtpunt zien we hoe groot en mooi dit gebied is.

Op een bord in het gebied lees ik dat het 5300 ha grote Noordhollands Duinreservaat zich uit strekt van Bergen aan Zee tot het Noordzeekanaal. Het gebied is eigendom van de provincie Noord-Holland en wordt beheerd door de NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland. Het neemt onder de grote Nederlandse natuurgebieden een belangrijke plaats in. De grote verscheidenheid aan duinlandschappen en het kalkgehalte in de bodem zorgen voor een zeer uiteenlopende plantengroei en een rijk dierenleven. Het zuidelijk reservaat in de omgeving van Heemskerk onderscheidt zich door de aanwezigheid van de grootste paraboolduinen van Nederland.

Wijk aan Zee doet me hier denken aan de Alpen met dit grote veld op de voorgrond.

We zijn de duinen doorgereden tot we bij het terrein van de Hoogovens kwamen. Dat is echt wat anders.

Daar zagen we een bijzonder huis. Bekijk de gevel maar! Voor ons het keerpunt.

De fietstocht had ongeveer een lengte van 55 km. Het was prima te doen. We hadden hoge temperaturen verwacht, naar die vielen erg mee. Het was ongeveer 23°C. Met de wind was het soms zelfs wat koud.

Clematis

Het begon klein, maar het begint nu groter te worden. Dat vraagt om leiden en bijhouden. Gelukkig zijn er groene en vaardige handen beschikbaar.

Maar groeien gaat vanzelf. Bloemen blijven mij fascineren!

Dit zijn ook weer prachtige bloemen. En dat groeit gewoon bij ons in de tuin!

Ik voel mij verwend!

De tuinen van Villa Augustus

Het moest er weer eens van komen om in Dordrecht de tuinen van Villa Augustus te bekijken. Ze zijn echt leuk. En vlakbij het terrein zie je de watertoren al zo mooi bij het Wantij liggen.

Die tuinen van bij elkaar ruim 1,5 hectare liggen waar ooit de waterbekkens lagen. Vruchtbare grond.

Een aantal keer per jaar ‘moeten’ we hier echt even kijken. Per jaargetijde is er weer wat anders te zien en de locatie vind ik gewoon uniek.

We komen de tuin binnen bij de citroenbomenkas, Limonaia. Daar is in de warmere tijd van het jaar vaak ook een terras. Vandaag helaas niet.

We lopen aan de rand van de moestuin naar voren. We zien heel prille plantjes in de aarde staan, maar ook velden klaar om te oogsten. Er is een druivenserre en een groentekas.

De moestuin is het resultaat van vele jaren ervaring en experimenteren, zo heb ik gelezen. Het hele jaar door wordt hier alles geteeld wat mogelijk is in het Nederlandse klimaat.

Deze tuin moet voldoen aan veel verwachtingen. Er moet uit gegeten kunnen worden, mooi en fleurig zijn, en lekker ruiken. Elk seizoen wat te bieden hebben.

De bloementuin ziet er uitbundig uit. Het is een feestje om alles te zien.

Achter bij de rivier ligt de Italiaanse tuin met de mooie quasi-geometrische aanleg van buxushagen, afgewisseld met taxusblokken en -zuilen.

De muur op de achtergrond is opgebouwd uit brokstukken van de gesloopte waterbassins en Belgisch hardsteen van een gesloopte kade op de kop van de Staart.

En wat een prachtig uitzicht op het Wantij en de rivieren in de verte: de Merwede, de Noord en de Oude Maas.

Aan de linkerkant van de vijver ligt een minibosje, met de slingerpaadjes tussen de heesters en kleine doorkijkjes.

Het terras was vol en in de rij wachten niet zo’n leuk idee. Onze behoeften aan wat drinken daarom naar uitgesteld. Dat komt een volgende keer!

Tuinen van Weizigt

Het is altijd leuk om tips te krijgen over zaken, die je interesse hebben. Zo zijn we naar de tuinen van het duurzaamheidscentrum Weizigt gegaan. Dat ligt vlak naast het gelijknamige park en NS Centraal Station van Dordrecht.

De tuinen liggen verscholen achter de monumentale gevel van het Koetshuis.

Bij het tuinonderhoud wordt rekening gehouden met de natuur. Ze noemen dat ecologisch beheer. Dat spreekt me aan. Ze gebruiken dus geen chemische bestrijdingsmiddelen.

En als het dan mooi eruit zien volop vrucht draagt, is dat een mooi voorbeeld.

Ze ervaren dat ze er zo veel verschillende soorten insecten, bloemen, planten en dieren voor terug krijgen. Wij zagen in elk geval een heel klein waterhoentje. Och, wat kwetsbaar!

De kinderboerderij hebben we maar niet bekeken.

Deze tuin is cirkelvormig opgebouwd. De speels aangelegde klinkerpaden in de cultuurtuin leiden ons langs de kruidentuin en de moestuin.

Niet zo mooi dat de netten het gewas moeten beschermen. Vooral de kleur had wat mij betreft wel wat subtieler gemogen.

Dit creatief bouwwerk op basis van op pallets is een insectenhotel. Het dak is mooi begroeid.

Zomerse tuin

Daar zit ik dan in de morgen. In de tuin, onder de parasol te genieten van vogelgeluiden, het uitzicht. Dat voelt echt bevoorrecht.

Op dit moment is de tuin voornamelijk een paarse weelde met kleine accentverschillen.

Snel verder met mijn boek… “Als zwijgen mag”…

2de rondje Vijfheerenlanden

Een rondrit langs Everdingen, Hagestein, Vianen, Lexmond, Sluis, Meerkerk, Hei- en Boeicop en Zijderveld.

Het voelt als vakantie wanneer we met de fiets in de auto naar een plek toegaan, die we niet zo goed kennen.  We starten vandaag op de plek waar de Lekdijk en de Diefdijk samenkomen. Dat is bij Fort Everdingen.

Voordat we gaan fietsen bekijken we wat er te bekijken is bij het fort. Het torenfort werd gebouwd tussen 1842 en 1847. In 1874 werd het torenfort ingrijpend gewijzigd.

De bovenste verdieping werd afgebroken en de kwetsbare frontzijde werd grotendeels omgeven door een contrescarpgalerij. Dit is een metersdikke aarden wal met in de basis een bakstenen galerij van twee verdiepingen. Dit bood extra ruimte voor de legering van soldaten en de opslag van materieel. 

Het is jammer dat we niet in het fort kunnen lopen. We kunnen het wel zien. De buitenste ring, de aarden wal bewandelen we. We kunnen wel om de ring daarbuiten, de Noodweg. 

De fietsroute gaat grotendeels over de dijk langs de Lek. Vanaf Fort Everdingen komen dan eerst door het dorpje Everdingen. Het dorp is verschillende keren van provincie gewisseld. Zo heeft het tot Gelderland en Zuid Holland behoord en nu recent weer in de provincie Utrecht.

Onderaan de dijk zien we de robuuste Sint Petrus en Paulus kerk. Na de reformatie was het katholieke geloof verboden en kerkten de RK gemeente in een schuur.  Dit was bedoeld als een vermomming. Pas in 1879 was er ruimte voor een nieuw kerkgebouw.

Verderop ligt Hagestein. Hier ligt een grote stuw in de rivier, een imposant geheel. Het bestaat uit een stuw en een schutsluis. Het complex is voltooid in 1960. Daarnaast is in 2004 een vispassage aangelegd. De passage bestaat uit een sluis, die met de waterstand regelt hoeveel water over de trappen van de vispassage stroomt en daarachter een flinke U-sloot met trappen van iets meer dan 10 centimeter hoogteverschil. Vlak naast het sluisje stroomt het water weer achter de bogen de rivier in. De vissen springen van traptree naar traptree omhoog.

Het dorp zelf, dat wat vanaf de dijk ligt, krijgt een compleet dorp ernaast met 1800 woningen dat tot aan de dijk door lijkt te gaan komen. Naar mijn beeld wordt het wel mooi, maar het verandert wel de sfeer van de omgeving. Het wordt er stads van.

Wanneer we onder de A27 doorrijden, komen we via de grote sluis in Vianen aan. De Grote Sluis Vianen is een schutsluis tussen de Lek en het Merwedekanaal. Waterwegen, die we vandaag volgen.

Vianen is eigenlijk een oude  vestingstad. In 1336 werden er door de machtigen van die tijd stadsrechten verleend. Er is hier rondom de Lek ook flink gevochten tussen 1792—1797. Er was toen een militair conflict tussen revolutionair Frankrijk en een bondgenootschap van Europese mogendheden.

De Voorstraat herbergt de mooiste gebouwen: aan de ene kant een 13e eeuwse kerk, tussenin het stadhuis (1425)  en aan de andere kant de middeleeuwse Lekpoort.

Bij eetcafé De Rooie Reiger drinken we wat. In het kader van Corona hebben ze een biertje gebrouwen met de naam Viaans Vaccin. Dan heb je minder last van het coronavirus. Grappig bedacht.

Via de Lekpoort verlaten we Vianen weer en gaan we de dijk weer op om te peddelen naar Lexmond, een dorp verderop.

De Dorpsweg komt uit op de dijk. Daaraan ligt ook de Dorpskerk. We rijden even heen en weer.

Wat mooi en verzorgd ziet het er hier uit! Terug naar de dijk.

Dan komt er een flink stuk langs de Lekdijk. Er zijn veel boomgaarden te zien. En toch is hier niet de Betuwe.

We rijden langs Achthuizen tot aan Sluis, dat tegen Ameide aan ligt.

Hier is ook een oude rivier, de Zederik. Daar evenwijdig aan rijden we naar Meerkerk, de Zouwensedijk.

We zijn maar heel even in Meerkerk. Het heeft meerdere mooie gebouwen dan alleen de kerk. Bij het Merwedekanaal is het gezellig druk. Een eindje verder, is het stil. Hier en daar bij een boerderij spelen kinderen aan de kant van het kanaal. Het is een warme dag. Er is wel behoefte aan verkoeling.

Bij Hei- en Boeicop gaan we de Zwaanskuikenbrug over en rijden we door totdat we een terras vinden om even bij te tanken.

Hei- en Boeicop is genoemd naar de twee polders waartussen het dorp ligt: Heicop aan de zuidzijde en Boeicop aan de noordzijde.

Zijderveld is van alle dorpen van Vijfheerenlanden de oudste, want voor het begin van onze jaartelling was er al een nederzetting, bewoond door boeren, vissers en jagers. Nu fietsen we er doorheen. Het kerkje ligt er wel mooi, maar voor het gevoel een beetje aan de rand van het dorp.

Via het dorpje Zijderveld wat nu pal aan de A2 ligt komen we weer bij de Diefdijk.

Aan de dijk liggen vanaf Leerdam tot aan Everdingen allemaal bunkers en ook een paar forten. Bij het aanrijden zagen we Fort Asperen, Fort Werk aan het Spoor en uiteindelijk dus Fort Everdingen. Er zijn er nog meer in de buurt.

Het einde van de fietstocht is in zicht wanneer we het oranje stipje in de verte groter zien worden. Fietsen gaan weer in de auto en dan kunnen we weer huiswaarts!

Het was een prachtige rit van ongeveer 45 km.

De Peeregaerdt

We zijn uitgenodigd om naar Landgoed de Peerdegaerdt te komen. Dit terrein ligt beschut achter de Kruisdijk vlakbij Strijen.

Bij de ingang worden we begroet door Anne-Marie. Zij is een collega waar ik veel mee samen werk. Ze is ook een enthousiaste vrijwilliger van het landgoed.

We zetten de fietsen bij de gerietdekte stallen en gaan met haar mee naar de tuin; een lommerrijke plek met overal kleine zitjes.

De tuin is ooit bedacht door Mien Ruys.

Er lopen allerlei vogels vrij rond. We hebben o.a. een loopeend, witte ganzen, kippen en verschillende pauwen gezien.

Het mannetje pauw is hier volop bezig om een vrouwtje te imponeren. Wat kan hij dan ook een partij herrie maken.

De rondleiding over De Peerdegaerdt brengt ons bij de idyllische tuin met vijver waar witte ganzen tot rust komen. Bij deze vijver zijn ook ideeën van Mien Ruys verwerkt.

Het landgoed is alleen al vanwege de naam bekend om de hoogstam-perenboomgaard. Het sap van de peren hebben we geproefd. Mmm!

Het is er vandaag een oase van rust op het terrein. Heerlijk!

Tijdens de rondleiding vertelt Anne-Marie dat er verschillende dieren hier een warme plaats hebben gekregen om te herstellen van mishandelingen. Het wordt wel duidelijk dat wie hier meewerkt dat met passie doet. Het is geen grenzeloos idealisme, het blijft ook realistisch. Het in stand houden is ook een doel.

Anne-Marie heeft een bijzondere band met de varkens op het terrein. Ze weet van alles te vertellen over deze intelligente dieren.

We aaien een paar bijzondere exemplaren. De haren zijn heel hard en stug. Goed te zien is hoe groot die dieren kunnen worden. Ook onderling is een duidelijke pikorde. Varkens zijn geen lieverdjes.

Het is leuk om zo allerlei boerderijdieren te zien. De geiten laten genieten van dat wat onbereikbaar ver weg groeit, is ook onbetaalbaar.

We genieten van de interesse en goede zorg die mensen en dieren hier krijgen. Alles wat leeft krijgt hier liefdevolle aandacht.

Ook planten, groenten en kruiden worden hier met zorg gekweekt.

Diverse jongeren, die dat nodig hebben vinden hier op het landgoed passende dagbesteding. We merken de warme begeleiding op. Het doet de jongeren goed.

We zijn een aantal uren op het landgoed. Het is een fijne plek. De ontmoeting met Anne-Marie is ook aangenaam, zoals ook onze samenwerking.

Kijktuin De Kleine Vos

Bij de Ritselaarsdijk in Strijen zien we terwijl we er langs fietsen, een kijktuin liggen met aan de straat een stalletje met allerlei plantjes.

Een vriendelijke vrouw, die ons ziet geeft ons graag een rondleiding door deze tuin.

Planten worden gekweekt, vermeerderd en verkocht, maar ook gebruikt om de tuin verder te vullen.

De tuin is eigenlijk voortdurend in ontwikkeling.

Sinds ongeveer drie jaar is de ontwikkeling in gang gezet.

De enorme grasmat wordt steeds meer voorzien van stroken planten in een hele grote cirkel. Leuk bedacht!

En daarin wordt ook weer uitgeprobeerd wat werkt en of de planten ook in het beeld passen.

Het resultaat mag er zijn. Een beeld van een volwassene, die een kind speels slingert staat in het middelpunt vanuit het terras gezien. Een verfijnd object. Mooi subtiel.

Met een paar plantjes gaan we weer naar huis. Een leuke plek om te bekijken. Over een paar jaar zal het er vast nog minder gazon zijn.

Buiten in de tuin zitten

Vanavond was het de eerste keer dit jaar dat ik in het donker in de tuin kon zitten. Na een avondje werken en werkend wandelen, kwam ik rond de klok van tien oververhit thuis.

Buiten was de temperatuur nog aangenaam. Ik zag mijn kans. Met een alcoholvrij biertje genieten van de tuin, de brandende lampen aan de wanden, de smaak, de stilte, de rust, de vrijheid. Wat een heerlijkheid!

1ste rondje Vijfheerenlanden

Deze mooie zonnige weekenddagen hebben we vooral buiten doorgebracht, voornamelijk in de Vijfheerenlanden. Zaterdag waren we in Nieuwland, waar we een stuk van de middag en een deel van de avond konden genieten van de rust met uitzicht op koeien, eenden en weidevogels.

Zondagmiddag hebben we op de fiets een ronde gereden. We zijn gestart bij de carpoolplaats Meerkerk, naast de A27.

Via de Zijlkade rijden we naar de Bazelbrug, steken daar het Merwedekanaal over en komen dan in de provincie Utrecht. We gaan direct rechts de Kanaaldijk op, die ter hoogte van Arkel bij de spoorwegovergang Kanaaldijk-Noord gaat heten. We rijden steeds verder weg, totdat we links de weg naar Nieuwland in slaan, de Klinkert.

Die weg gaat over in de Breezijde, die leidt tot het centrum van het dorp. Een eindje verder steken we het watertje over naar de Smalzijde, die op hetzelfde kruispunt uitkomt.

We doen in een dorp of stadje graag een rondje om de kerk, omdat het vaak het oudste gedeelte is. Dat doen we in Nieuwland ook. Nieuwland is in 1025 gesticht. Op de kerk na, zien we weinig echt oude gebouwen staan. Op de kerk, maar ook direct ernaast in een boom zit een ooievaarsnest. Er is een luid geklepper te horen. En aan het kerkdak is wel een heel wit spoor van wat de ooievaars uitwerpen.

We rijden een klein rondje door het dorpje met vooral rijtjeshuizen en rijden dan weer naar het centrum; een kruispunt van wegen. We slaan richting Leerbroek, over de Lange Schenkel, die als een halve cirkel is. We zien de kerk al staan.

Het dorpje Leerbroek is in ongeveer 10 minuten fietsen bereikt. Het dankt de naam aan de oude waterloop de Leede, die nu niet veel meer is dan een sloot. De weg is overal mooi.

De oude kerk is van de 16de eeuw. Het gebouw zelf is van de PKN, maar de Hersteld Hervormden hebben het gebruik ervan. Een echt Reformatorisch dorp lijkt me.

We rijden met een omweg naar Leerdam. Wat leuk om weer even het oude centrum te zien en dan vooral de Zuidwal met de torentjes. Het is gezellig druk.

We steken vanuit het centrum de doorgaande weg over en rijden de Lingedijk op, komen dan langs dé glasfabriek en gaan zo verder langs de Linge.

We zien Oosterwijk liggen, een gehuchtje met een kerkje en het Kerklaantje, gelegen op de hoek van de Oudendijk en de Lingedijk, bijna tegen Leerdam aan. Ooit was hier ook een kasteel.

We fietsen verder door naar Kedichem.

Van Kedichem zien we niet veel. De kerk is het oudste monument, denk ik.

Het dorpje roept wel weer de herinnering op aan de aanslag op een hotel in 1986, waar de toenmalige Centrumpartij in het geheim een bijeenkomst had belegd. Het hotel brandde geheel af, maar het was ook een persoonlijke tragedie voor meerdere mensen. Ik vond een verslag van dat verhaal hier.

We rijden de Kerkstraat door en rijden dan achterlangs weer in de richting van Oosterwijk en Leerdam. We zien dan bij Leerdam dat de vroegere oude volkswijk West een geheel nieuwe uitstraling heeft gekregen. Wat een herinneringen roept zo’n rit op. Allerlei geschiedenissen met cliënten van toen, komen weer boven. Een mooie tijd.

We komen uiteindelijk weer uit op het Dorpsplein in Nieuwland, bij het kruispunt. Even bijkomen van de zadelpijn, die we inmiddels hadden ontwikkeld.

Werk en wandelen

Het belang van wandelen is intussen ruimschoots aangetoond. Nu nog het toepassen.

Kortgeleden had ik een mooie ervaring. We dachten samen even te gaan wandelen in de Nieuwe Dordtse Biesbosch. De zon scheen. Er was wel bewolking. We hadden zo’n 2-3 km gewandeld, toen de wolken wel erg donker werden en het begon te regenen. Naast de regen begon het ook flink te waaien. En de regen werd een stortbui. Een schuilplaats was er niet. De regenjas gaf gelukkig een goede bescherming en de capuchon kon met een touwtje ook goed dicht.

Het was door een stevige bries en de flinke nattigheid geen optie meer om door de velden terug te lopen, wat ons plan eigenlijk was. Lopend over de dijk kon wel. Zó lopen in de regen en de forse wind bleek eigenlijk wel een mooie ervaring. Eentje, die ik normaal graag uit de weg ga.

Zo ging het de eerste werkdag erna ook. Ik dacht te gaan wandelen, maar zag de wolken en het risico van regen. Even was er de verleiding om toch met de auto te gaan. Ik zette door en het werd opnieuw een forse bui met volop wind. En eigenlijk was het weer best lekker.

Zo heb ik de afgelopen dagen steeds gewandeld naar het werk. Geen mooi weer. Toch fijn. En het voelt gezond.

Vandaag scheen de zon. Dus nu elke kans aangegrepen om te wandelen. En terwijl er dan gesproken wordt met een cliënt, er nieuwe inzichten ontstaan, soms ook emoties de ruimte krijgen, wordt er ook ontspanning ervaren door het wandelen.

Even staan we bewust stil bij wat er is waar te nemen. De geuren van de planten en het geluid van vogels, de kleuren van de omgeving, de warmte van de zon en de koelte in de schaduw.

Zo geniet ik ook van de oude Zuidendijk met de dijkhuizen en het rustieke bruggetje.

De stilte was er ook heel dichtbij, in de moestuin een blok verder dan de praktijk. De buurman was er heerlijk bezig.

Bij de Tiny Houses in de straat is er ook stilte. We genieten van de rust.

Wandelen zet aan tot nadenken, tot waarnemen, het laat nieuwe beelden op de werkelijkheid ontdekken.

Kasteel Hackfort

In de Achterhoek is eindeloos veel ruimte om te wandelen. Er zijn ook veel landhuizen en kastelen te vinden. Kasteel Hackfort bij Vorden is er een van.

Bij het kasteel is een koetshuis dat dateert uit 1881. Er is nu een brasserie in gevestigd, maar vroeger huisvestte het gebouw de paardenstal, de oranjerie, de rijtuigstalling en een later ingebouwde tuinmanswoning. Het is dus een een goede plaats om iets lekkers te gaan halen, de Keuken van Hackfort. De versnapering is inderdaad niet te versmaden!

De enorme moestuin is kenmerkend voor de keuken. We genieten van de natuur, maar in de tuin ook van de natuurlijke materialen om planten te leiden.

We laten de eetgelegenheid voor wat het is en gaan aan de wandeling. We maken een toer van ongeveer 5 km rondom dit kasteel.

Rondom de wandelpaden zien we de ene na de andere plant, die ons blij maakt en doet afvragen welke soort het is.

Deze plant heeft blaadjes zoals de klaver. We zoeken het na. We komen uit op de Inkarnaatklaver. Deze plant komt van nature voor in het Middellandse zeegebied, maar door het gebruik als veevoer komt deze tegenwoordig overal voor.

Dit fijne bloemetje staat ook volop in het gebied. Het heet Grote Muur en is een kruidachtige, vaste plant uit de anjerfamilie. 

Heel dicht bij het kasteel komen we de donkere ooievaarsbek tegen, een vaste plant, een stinsenplant. Die term staat voor een groep planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voorkwam in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke, en zich daar handhaafden of verwilderd zijn.

Onze aandacht wordt ook geregeld getrokken door de veelbloemige salomonszegel, die gerekend wordt tot de aspergefamilie.

We komen weer dichterbij het kasteel. Er blijken veel mensen hier een foto van elkaar te maken. Wij vragen ook iemand om van ons een foto te maken.

Hackfort begon als simpel woonhuis langs de Baakse Beek. In de loop der tijd groeide het uit tot een compleet landgoed met kasteel, watermolen, boerderijen, boomgaarden, graanakkers, weilanden en bosjes. Daar hebben we net doorheen gelopen.

Er wordt geschreven dat het lag aan een voorde bij de Baakse Beek. Een voorde bestaat uit een ondiep gedeelte op de kruising van een weg met een beek of rivier en maakt het oversteken daarvan mogelijk. Ook de plaatsnaam Vorden lijkt daarvan te zijn afgeleid.

Ongeveer naast kasteel Hackfort ligt een watermolen uit ongeveer 1700. De molen is voorzien van een waterrad met schoepen en wordt aangedreven door water uit de Hackfortse Beek. Dit waterrad zorgt voor de aandrijving van molenstenen waarmee graan gemalen wordt.

We komen bij de gesloten poort van het kasteel. Rechts zien we het voormalige koetshuis, nu brasserie.

Rondom de oprijlaan is het een kleurrijk geheel. Ongeveer een half miljoen bolletjes zijn er gepoot door de vrijwilligers van Natuurmonumenten, o.a. lenteklokjes, vingerhelmbloem, holwortel, vogelmelk en narcissen; stinzenplanten.

Ook deze wandeling is zeer geslaagd te noemen. De gezelligheid van vrienden, maar ook de prettige temperatuur. Met 15°C is het heerlijk!

Landgoed De Wiersse

Nabij Vorden ingebed in het Achterhoekse coulisselandschap bevindt zich Landgoed de Wiersse. 

Wanneer we de oprijlaan opgaan van het Landgoed, zien we in de verte het kleine kasteel liggen. Het gebouw werd na 1678 gebouwd.

De geschiedenis van dit gebouw gaat echter terug tot de 13de eeuw. Begin 20ste eeuw zijn de tuinen aangelegd, die we vandaag bekijken. Het kasteel ligt aan de Baakse beek, een rustig water dat verder dwars door het landgoed loopt.

Links van het kasteel gaan we de tuinen in en lopen om het gebouw heen. De tuin is direct verbonden met het omliggend landschap. Aan het einde van dit veld zijn pilaren zichtbaar, welke geknipt in de struiken. Prachtig vind ik dit weidse uitzicht.

We zien veel Rododendrons en azalea’s, die hier schitterend uitkomen onder de oude eiken. De kleurige bloemen hebben een aangename geur.

We verblijven een poosje in de moestuin met netjes gemaaide paden van gras, wat het geheel een verzorgde indruk geeft.

Er is genoeg wat onze nieuwsgierigheid oproept. Wat voor een plant is dit? Een voorzet wordt gegeven, een onderzoek gedaan via een plantenapp. Tevreden met het antwoord gaan we verder.

Maar de moestuin is ook prettige plek om de omgeving ik je op te nemen.

Naast deze mooie moestuin zijn er vijvers, een Engelse tuin.

De stoeltjes staan al klaar om van het groene uitzicht te genieten.

We zien naast de heemplanten, varens, maar ook dit pad met allerlei verschillende planten.

Daarna gaan we door de slingerende beukenloofgang.

We zien in dit prachtige landgoed ook bruggetjes, fonteinen en beelden. Ook al is het terrein 300ha groot, gaan we er toch snel doorheen.

We komen -de pijltjes volgend-, vanzelf weer terug bij het kasteel. Daar eindigt de tuin.

We hebben genoten van deze wandeling. Mede door het natte voorjaar ziet alles er groen en fris uit.

De Heidenhoek

Het is niet dat ik nu denk in termen van heidenen en niet-heidenen; dat oordeel wil ik me niet aanmatigen. De Heidenhoek is een buurtschap ten zuiden van het dorp Zelhem in de Achterhoek. En daar kom ik graag.

De Achterhoek heeft een eigen vlag.

Het landschap in de Heidenhoek kent een afwisseling van cultuurgronden, weilanden en bolle akkers. De grond bestaat uit dekzandreliëf met dekzandruggen en -kopjes. Dat is heel anders dan het veen en de zeeklei bij ons in de buurt. Diverse percelen zijn ingezaaid met gras, die als graszoden geleverd kunnen worden.

Een rondwandeling maken is hier zeer uitnodigend. Er zijn volop mogelijkheden met zandwegen, bospaden. Een wandeling op maat is zo te regelen.

Heel kenmerkend voor De Heidenhoek, als een baken, is het hoge pand, wat eerder een graansilo was.

Net om de hoek verblijven wij graag. Elke keer weer een feestje om te komen.

Wát een wind!

Lopend ging ik op en neer naar mijn werk. Wil wat meer lopen, ook voor de rust en de beweging. Op de heenweg was het hard werken om het tempo vast te houden in de volle tegenwind. De wind was mooi in plaatjes te vangen: deze mooie treurwilg en ook de vlag.

Op de terugweg liep het als op vleugels. Met deze milde temperaturen, ongeveer 15°C is het een heerlijk gevoel!

Kentekenplaat

Een oude nummerplaat. Hoe oud zou die zijn? Zelf dacht ik aan rond 1890. Alleen toen waren er nog geen kentekens op de auto’s. Dat was iets later. Vanaf 20 februari 1898 was voor het gebruik van rijkswegen en -paden voor voertuigen zwaarder dan 150 kg, mits voortbewogen door een mechanische kracht, een vergunning van Rijkswege vereist. Het volgnummer van de vergunning moest duidelijk zichtbaar en voldoen aan een minimum formaat op de voorzijde van het koetswerk van het voertuig worden aangebracht. Men kon kiezen voor zwarte letters op een witte achtergrond, of witte letters op een zwarte ondergrond. 

In 1905 werd de Motor- en Rijwielwet van kracht. In deze wet werd bepaald dat voertuigen aan de voor- en achterzijde moesten worden voorzien van een nummerbewijs. Auto’s kregen aanvankelijk per provincie een kenteken met een letter en cijfers. Aanvankelijk had de provincie Zuid-Hollands de letter H. Vanwege de toename van het aantal auto’s kwam er in 1932 er een tweede letter bij (HZ). In 1947 was de HZ serie op en volgde de lettercombinatie HX.

Vanaf 1951 werd een landelijk systeem van kentekenplaten ingevoerd. Een systeem dat we nog steeds hebben. In 1956 zijn de laatste nog in omloop zijnde provincienummers vervangen door het nieuwe kenteken systeem. We kunnen dus concluderen dat deze kentekenplaat HX-31178 gedateerd kan worden tussen 1947-1950

Genieten in geuren en kleuren

Terwijl we na een regenbui naar buiten gaan voor een wandeling, ruiken we het weer. Die aparte regengeur. Hoe heet die geur, vroeg ik me af. En ik heb het opgezocht. Het is dus Petrichor. De wetenschappers Isabel Joy Bear en Roderick G. Thomas hebben ontdekt dat de geur ontstaat doordat de moleculen waaruit regendruppels zijn opgebouwd zich vermengen met lucht. Zodra een regendruppel de grond raakt, veroorzaakt hij minuscuul kleine waterbelletjes die opstijgen uit de ondergrond. Die nemen bacteriën, mineralen en andere stoffen mee die in de grond zitten. Eenmaal in de lucht barsten de belletjes open. De stoffen die ze meegenomen hebben veroorzaken de geur.

Terwijl we wandelen ruiken we nog meer! De geur van Anthriscus sylvestris, oftewel Fluitenkruid of Hollands Kant. Het fluitekruid dankt zijn naam aan het feit dat van de stengel fluitjes gemaakt kunnen worden. Om een fluit te maken moet bij een holle fluitenkruidpijp, met onderaan een dichte knoop, ongeveer halverwege een snee overlangs gemaakt worden.

De plant werd door Jac. P. Thijsse ook wel ‘Hollands kant’ genoemd. Dit omdat de bloemen fijn van vorm zijn.

We zien dat de boterbloemen ook opgekomen zijn. Wat een prachtige kleur geel hebben ze toch! Ze sieren net als het fluitekruid en de raapzaad de berm zo fraai op. Ook op de naam boterbloem heb ik gezocht, maar een overtuigend antwoord vond ik niet, dan dat de kleur zo geel is als boter en dat koeien het niet eten. De bloem stinkt en is giftig.

Ook vermeldenswaard is het jonge grut dat we zagen zwemmen. Dat blijft ook steeds leuk om te zien.

Mijn indruk is dat de grotere watervogels zoals ganzen en zwanen meer jongen uiteindelijk groot krijgen dat de kleinere watervogels, zoals eenden, meerkoeten en waterhoentjes.

Het werd zo weer een mooie wandeling, terwijl we ons er echt wel even toe moesten zetten.

Fort Sabina

Vlakbij Willemstad ligt Fort Sabina. Het is ongeveer 36 km van Dordrecht, maar tot voor kort wist ik niet van het bestaan. Het ligt aan Het Hellegat, een waterkruispunt waar het Haringvliet, het Hollands Diep en het Volkerak samenkomen.

Al kende ik het niet, toch bestaat Fort Sabina al een flinke tijd. In 1809 versterkten de Fransen hun kustverdediging, nadat de Engelsen tijdens de Walcherenexpeditie waren binnengevallen. In het kader hiervan werden aan weerszijden van het Hellegat twee forten gebouwd: één bij Willemstad en één bij Ooltgensplaat.

We komen aan terwijl de zon schijnt. Het is een aangename temperatuur. Direct na de hoofdingang is een grote bunker waar een restaurant zit. Het herbergt inpandig nog veel meer, maar dat is vanwege Corona nog even afgesloten voor publiek.

Het terrein bevat meerdere bunkers met een aarden wal er om- en overheen.

Op afstand zie je hier Het Volkerak liggen waar binnenvaartschepen af en aan varen.

We lopen het terrein helemaal over en doordat je kunt klimmen op een gedeelte van de bouwwerken, geeft dat steeds een ander perspectief.

In onderstaande video heb ik een 360° rondje gefilmd met Karin als schitterend begin en eindpunt. Zet het geluid maar aan, zodat je ook rustgevende geluiden hoort, van vogels en ook van kikkers.

Er pakken zich wolken samen. Dat is slechts het begin…

We eindigen waar we begonnen, op het terras bij het hoofdgebouw.

Op de terugweg naar huis regent het . Het begint met wat spetteren terwijl we nog even langs de Volkeraksluizen  lopen.

Terug naar de auto zien we hoe Fort Sabina in het terrein opgaat.

De druppels werden heftiger en uiteindelijk een hooibui, waarbij de rechter baan van de snelweg onder water stond. Zeldzaam veel water in korte tijd. Niet geschikt voor een paraplu.

Tholen, de stad

In de zomer van 2020 fietsten we over het eiland Tholen. We misten het stadje, waarover ons later bekend werd dat het een mooie en ook oude vestingsstad is. Een stad ook met een pijnlijke geschiedenis. Zo wordt beschreven dat de stad in 1452 is geteisterd door een grote stadsbrand en later in de 16e eeuw te maken kreeg met overstromingen.

Rond de tijd van de 80 jarige oorlog werd Tholen versterkt met omwallingen en bastions, en ging de stad deel uitmaken van de Linie van de Eendracht, gericht tegen Spanje. Ook in latere oorlogen deed de vesting nog dienst, maar in 1814 werd ze opgeheven. Alle reden dus om vestingstad Tholen te gaan bekijken.

We hebben net weken achter de rug, waarin griepachtige verschijnselen ons thuis hielden. Nu met redelijk weer en een beetje energie nemen we het deze Hemelvaartsdag ervan.

Het eerste wat we er aan oude gebouwen zien, is deze hoge witte molen De Hoop uit 1736. Het staat gebouwd in de vestingwallen. Daardoorheen wandelen is fantastisch. Wat een rust en stilte is er en op dit moment ook vol geur van het bloeiende fluitekruid.

We lopen zover door tot aan de haven bij het Rijn-Scheldekanaal en lopen langs het water naar het centrum.

De ontvangst bij het centrum gaat gepaard met een buitje van een klein half uur. Een goede reden om linea recta een supermarkt te zoeken. Na de bui kunnen we op een droog gemaakt stadsbankje genieten van onze lunch. Dan gaan we deze groene schoonheid verkennen.

De protestantse Grote of Onze-Lieve-Vrouwe -kerk domineert met haar grootte het stadsbeeld. We maken deze foto over de markt met achter ons de RK Onze Lieve Vrouw Hemelvaart kerk. Wel grappig omdat het vandaag ook Hemelvaartsdag is.

We gaan naast de RK kerk de Venkelstraat in. Het is een straatje dat bijna perfect is te noemen. Ze hebben als bewoners ooit een schoonheidsprijs gekregen.

Aan het einde van dit straatje staat de stellingmolen De Verwachting.

We komen dan weer in de vestingwallen terecht en doen daarna een tweede rondje.

We lopen een rondje om de kerk. De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk heeft het nodige beleefd. In de 13de eeuw werd het gesticht. Oorspronkelijk was dit een katholieke kerk die vermoedelijk einde 13e eeuw gesticht werd. De kerk werd in 1452 getroffen door een grote stadsbrand.

De kerk werd daarbij niet volledig verwoest, maar verkeerde in slechte staat. En tijdens de beeldenstorm is hier veel gesloopt van de beelden, die het gebouw ooit versierden. 

De straalkapellen van het koor zijn na de brand nooit afgebouwd, wel zijn de fundamenten gelegd en is bij het noordkoor aan de buitenkant een muuraanzet zichtbaar. De buitenzuilen van de koorkerk zijn dus ooit gebouwd als binnenzuilen.

Al zigzaggend komen we terug bij de plek waar we het centrum binnenkwamen. Daar zijn diverse restaurants. Er is een plekje vrij op het terras. Lekker ontspannen in de zon kunnen we genieten van thee en koffie in de frisse Zeeuwse buitenlucht.

We vertrekken zoals we kwamen.

De skyline laat de kerktorens zien. Het zijn de oudste kerken. In totaal zijn er wel 10 kerken, van Katholiek, Vrijzinnig tot ongeveer alle gereformeerde kleuren, die de reformatie heeft voortgebracht.

Dit oude gebouw aan de dijk trok mijn aandacht. Het is het gemaal De Eendracht. Het gemaalt reguleert de waterstanden in de polder De Eendracht en loost het overtollige water via de Krammer op het Volkerak

Voldaan keren we in een stortbui weer huiswaarts.

Musje

De afgelopen dagen voelde ik me niet fit. Ik kwam tot weinig. Hangend op een tuinstoel kon ik echter de tuin observeren. Met mijn (nieuwe) telefoon heb ik de mogelijkheid om scherpe foto’s te maken en ook close-ups. Daar heb ik wat mee geëxperimenteerd.

Zojuist had ik de vijver gedeeltelijk gebaggerd, nog lang niet klaar. De groene slieten van de algen liggen nog op de rand. Een musje kwam aan en pikte uit de drap eetbaars op.

Boven het musje, op een tak, zat een ander musje ook met voedsel in de snavel. Zodra de kust vrij was, vloog deze naar de dakrand om daaronder het kroost te voeden.

Van mussen zijn 49 soorten bekend. Een hele bekende is de huismus. Anders dan hun naam doet vermoeden zijn mussen geen nauwe verwanten van de heggenmus. 

Opmerkelijk toch hoe vogels zich weten te handhaven. Onwillekeurig moet ik denken aan de berijmde psalm 84, zoals ik die meezong in mijn kinderjaren. Ik zoek ‘m even op en moet dan toch wel glimlachen om de gedateerde taal. Toch echt niet van onze tijd, maar nog wel begrijpelijk.

Mussen hebben hun eigen waarde. Ik geniet ervan in de tuin, ik verwonder me sowieso over hoe vogels leven en hoe ze eruit zien. Wij hebben als mensen een eigen waarde en alle details van ons zijn ook van betekenis. Zeker in mijn werk met mensen, merk ik dat op en hoop ik die ervaring te geven, van betekenis te zijn. Tegen debezorgde mensen van zijn tijd zei Jezus, kijkend naar de musjes “Wees dus niet bang, want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar.”

Een kwestie van dood en leven

– een boekbespreking

Onder GGZ collega’s is psychiater / psychotherapeut Irvin Yalom (1931) een bekende naam en voor velen ook een voorbeeld. Ook voor mij. Zelf heb ik ook diverse boeken van hem gelezen. Heel recent kwam zijn -waarschijnlijk- laatste boek op de markt met de treffende titel “Een kwestie van dood en leven” wat hij schreef met zijn echtgenote, Marilyn (1932).

De gezondheid van beiden hangt aan een zijden draad. De reden om over deze materie te schrijven ligt daarom voor de hand. Het is om en om door beiden geschreven. Elk kijkt terug op hun carrière, hun mooie jaren, maar nu ook op hun nabije levenseinde.

Het is een heel eerlijk boek. Irvin, die jarenlang mensen met rouw en de dreigende dood heeft begeleid, merkt dat hij uit onderzoek al veel heeft geschreven, maar het doorleven van afscheid nemen wel wat anders is. Hij haalt troost uit zijn zelfgeschreven boek over de dood, “Tegen de zon in kijken”. En hij leert zoveel meer door terug te blikken op zijn therapeutische carrière. Die reflectie is pijnlijk kwetsbaar en eerlijk.

De kwestie van dood en leven overkomt ons allemaal. De ene ervaart het vroeger dan de ander, maar voor iedereen geldt het. De schrijvers kijken terug, halen herinneringen op en ontdekken bijvoorbeeld dat hun oude bekenden vrijwel allemaal overleden zijn. De schrijvers zijn op dat moment 87 en 88 jaar en ontdekken dat ze tot de allerlaatsten behoren van hun generatie. Zeer confronterend. In de afgelopen maanden zocht ik ook op internet naar namen van jongens van de lagere en middelbare school en ontdekte dat zeker twee oud-klasgenoten al zijn overleden. Dat raakt!

Afhankelijk worden is voor iedereen moeilijk, maar voor mensen, die graag helpen, blijkt het – ook in de gesprekken, die ik met zulke mensen voer- vaak ergerlijk moeilijk. Ook Irvin beschrijft dat. En op zijn hoge leeftijd is hij nog altijd actief als therapeut… 88 jaar! En dan ontkomt hij er ook niet aan. Hij moet loslaten en toelaten. Niet alleen het verliezen van zijn zeer beminde Marilyn, maar zijn kracht, herinneringen en geheugen. Een moeilijk proces. Er komen gedachten aan de zelfgekozen dood. Hij heeft velen ertegen beschermd. En nu moet hij, maar ook zij daaraan denken. Door de machteloosheid en gebrek aan perspectief. En denkt hij echter verder: ‘patiënten helpen raakt aan de diepste kern van mijn leven en is iets wat ik niet kan en wil besmeuren’. Deze zin raakt mij zeer. Zo beleef ik dat ook. Echt zijn, zelf ook doen wat je de ander suggereert. In moeilijke omstandigheden blijft dat een eerlijke uitdaging. En daarover schrijft hij. Het naast de ander staan met ook de eigen ervaring, is wat me aanspreekt en wat ikzelf ook graag doe.

We vergeten dingen, die in het actuele moment zo van betekenis zijn. We denken dan het voor altijd te onthouden. Het blijkt niet zo te gaan. Irvin Yalom heeft veel anekdotes opgeschreven en delen ervan verwerkt in zijn verschillende boeken. Nu hij dingen begint te vergeten, context kwijtraakt en merkt in een heel andere eeuw te zijn aangekomen, heeft hij er verdriet van. Dat mag er zijn. Moet er zijn. Hij leert weer een heel andere kant van zichzelf kennen. Zo bekent hij nog nooit een zelfstandig wonende man te zijn geweest.

In zijn boek “Tegen de zon in kijken” komt hij teruglezend een passage tegen waarin hij patiënten vraagt wat ze het meest vreest aan de dood. Het antwoord is “Alle dingen die ik niet gedaan zou hebben“. Wat een treffende gedachte. We stellen snel iets uit voor later, terwijl dat voor nu bedoeld is.

De Yaloms zijn opgegroeid in de joodse cultuur, maar zijn niet religieus. Na de dood stopt het voor hen. De Bijbelse teksten zijn echter ook voor hen een bron van steun. Zo wordt geciteerd uit Psalm 23: “Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen”… en Paulus in 1 Korinthe 15: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?” Voor mij citaten, die juist in de context waarde hebben, namelijk omdat een altijd aanwezige, met ons betrokken God is.

Het mooie in dit boek is voor mij de eerlijkheid, het kijkje in hun gedachten. Het proces van de voortschrijdende ziekte bij Marilyn en de kwetsbaarheid van Irvin, vragen van beiden om het onder ogen te komen. Ze lezen elkaars hoofdstuk, voordat de ander verder schrijft en zo helpen ze elkaar ook door het proces. Een eerlijke reflectie, ieder voor zich, maar ook samen. Het hele proces, tot aan het daadwerkelijke overlijden wordt zo beschreven. Zolang het kan samen.

Na haar overlijden ontstaat er een nieuwe werkelijkheid. Rouwen vraagt tijd. Verdriet heeft zijn plaats nodig. Het is hard werken, zo ervaart Irvin. In een aantal hoofdstukken laat hij tot ongeveer een jaar na het overlijden ons in zijn ervaringen delen. Heel bijzonder. Een trooster moet ook getroost kunnen worden. Angst en pijn horen bij het leven, ook als therapeut. Ongelooflijk kwetsbaar wanneer het afscheid zo openlijk wordt beschreven. Zeldzaam mooi.

Dit boek heb ik voorgelezen aan mijn geliefde en brengt ook onszelf in gesprek over dezelfde thema’s. Hoewel we bijna 30 jaar jonger zijn, is het ook voor ons goed daarover te spreken. Het is goed het onder ogen te zien en niet ervoor weg te lopen.

Alle eendjes zwemmen in het water

Het is zover! De 9 eendenkuikens hebben elkaar zaterdag het sein gegeven om uit het ei te stappen.

In de avond hoorde ik de eerste piepgeluidjes, toen ik in het donker langs het nest liep. In de ochtend erna zagen we dat er af en toe onder moeders’ vleugels werd gekropen om de wereld te ontdekken.

Moeder gaat van het nest af. De kuikens gaan lopen over de rand bij het water.

Met de camera in de hand kom ik dichterbij om dit te bewonderen. Moeder in het water. Even neigen ze om het nest weer in de kruipen.

Wanneer ik van bovenaf het nest bekijk gaat moeder te water met de kleintjes er achteraan.

Wat een feestje!! Met elkaar trekken ze baantjes in onze vijver.

Kun je nog genieten, geniet dan mee…!

In mijn boekenkast staat een heel oud boek met Hollandse liederen, “Kun je nog zingen, zing dan mee.”

Daar moet ik aan denken. Soms moet je gewoon gestimuleerd worden. Om mee te zingen of mee te genieten, te oefenen in dankbaarheid. De plek waar ik dat in 2020 het meeste heb gedaan, is de tuin. Daarom door het verhaal foto’s, die buiten nam. Allemaal plaatjes met een verhaal, bijdragend aan dankbaarheid.

Vandaag zitten we vooral in huis. Het is het gevolg van het niet fit zijn. Ik lees intermitterend voor, we praten over het thema van het boek, “Een kwestie van dood en leven” en met de kinderen is er geregeld even een berichtje over en weer. Wat is dat verbindend!! Over dat boek schrijf ik vast ook nog wel wat, denk ik.

Voor een frisse neus loop ik even naar buiten. In de vijf minuten dat ik buiten ben, is het zichtbaar dat de lente het jaargetijde is, de periode waarin het leven weer zichtbaar wordt. Van alles is weer gaan groeien en bloeien. Bijzonder vind ik de bloemen, ook die van de perenboom in de vaas op de tuintafel. 

De eend ligt op haar nest verborgen tussen de gras-planten. We verwachten dagelijks dat de eieren uitkomen en dat moeder daarna met de kuikens op stap gaat. We willen het niet missen!!

De bloemen van keramiek staan er nu ook alweer een jaar. Wat zijn ze nog leuk opvallend in de tuin. Ook de ooievaar naast de vijver is er al zolang. Leuk die weerspiegeling in het water van het vijvertje.

De planten komen weer op uit de grond. De groene sprietjes worden echte bladeren. Maar de varens zijn helemaal speciaal, zij rollen weer hun blad uit. Prachtig! 

Leven en dood. Boek, planten, jaargetijden. Het past vandaag allemaal. Geniet je mee?

De heggen worden wakker

Twee soorten heggen zijn bezig om vanuit de winterstand in de lente over te gaan. Zó fijn!

Elk jaar verheug ik me over die metamorfose. De kale beukenhaag wordt gefragmenteerd groen. Meestal begint begint het in de bocht van de heg aan de voorzijde.

De blaadjes beginnen te groeien in hun cocon en rollen dan langzaam helemaal open. De nerfjes komen mooi zichtbaar in het zo maagdelijk glinsterende blad.

Maar ook de heg aan de muur, de Wilde Wingerd, komt voorzichtig in de lente-stand. Straks moet deze weer met regelmaat getopt worden. Minder leuk, maar dat hoort er ook bij.

De blaadjes kleuren zich eerst wat rood om dan helemaal fris groen te worden.

Wanneer over enkele weken de heggen helemaal vol in blad staan, is onze achtertuin weer die intieme groene hof. Gecombineerd met stilte is het dan een feest om daarin te mogen verblijven en te luisteren naar de vogels.

Windmolentje

We zijn verrijkt met een mooi windmolentje in de tuin.

Toen Karin in een tijdschrift dit molentje tegen kwam, meldde ze dat enthousiast. Ze vond ‘m erg leuk. Gelukkig had ik dezelfde reactie en dus deden we een bestelling.

Het bestelde werd bezorgd als bouwpakket. Karin heeft het in elkaar gezet. Eenmaal opgebouwd was het toch wel een fors ding. Indrukwekkend! Maar gelukkig maakt het wat uit waar die staat. In de tuin komt deze veel beter tot zijn recht.

We hebben zo weer iets extra’s waarvan we kunnen genieten!

Alblasserdam, dorp aan de rivier

Aan de rand van het dorp zijn de molens van Kinderdijk te zien. Daarover is ook een blogje geschreven.

We komen vanuit het dorp Kinderdijk, via de Molenkade weer in Alblasserdam op de straat die West-Kinderdijk heet. Links zijn nog wat huizen, maar een eindje verder is een wiel. We zijn er in de afgelopen tijd al een paar tegengekomen: wielen naast de rivier. Een wiel, waai, waal of weel of kolk is een diepe kuil of poel, met water. Ze zijn vaak ontstaan door dijkdoorbraken. We zijn bij het Rijzenwiel aangekomen, dat er prachtig bij ligt.

Heel rustiek liggen de roeiboten zo bij het water te wachten voor een romantisch tochtje op het water of misschien wel om gewoon te gaan vissen.

We lopen aan de rivierzijde er langs. Mijn oog valt op een kerkgebouwtje bij het water. Het blijkt van de plaatselijke Hersteld Hervormde Kerk te zijn.

Daar loopt een pad naar de dijk. Ik vindt het prachtig hoe de woning in het dijklichaam ligt. Daar houd ik van.

We lopen verder over de Oost-Kinderdijk. Een paar honderd meter verderop ligt daar nog een wiel. Die heeft een bekendere naam: Lammetjeswiel. Het water ligt wat meer achter de huizen en aan de andere kant van de plas is een zwemgelegenheid gecreëerd. Het ziet er mooi en verzorgd uit.

Links van de weg zie ik een prachtig gebouw met één mooi torentje. De spits ervan oogtheel kostbaar.

We zijn in de Cortgene en zien aan de rivier een klein moerasachtig gebied met water en bomen. Ik begrijp uit de plattegrond dat het Kade heet. Aanmeren lijkt mij daar onmogelijk.

Over de Kade heen zien we de nieuwe en oude bebouwing bij de Noord. De Waterbus lijkt net aan te komen vanuit Rotterdam. Bij de aanlegplaats van de Waterbus staat onze Oranje Bus geparkeerd.

Voor we weer weggaan hebben we nog even een blik op de rivier en de binnenvaart. Ik geniet rivieren, vanwege de ruimte. Golven zijn voor mij als muziek: rustgevend en harmonieus. Het geluid en de beweging van golven bekijken, leidt af. Heerlijk!

Op de achtergrond, achter de boom, is de Alblasserdamse Brug te zien. Aan de overkant van het water ligt de Crezeepolder. https://bijdezuidkil.wordpress.com/2020/12/10/frisse-neus/

Kinderdijk

Het is mooi weer, het is goed om dagelijks een ommetje te doen en nu op zondagmiddag is er meer tijd. We rijden naar de aanlegsteiger van de Waterbus in Alblasserdam en lopen vandaar af, zo veel mogelijk langs het water, naar Kinderdijk toe. Ongeveer daar begin ik met fotograferen.

Aan de dijk hebben ze een strook met heel fleurige bloemen gepoot, wat een feestelijke uitstraling heeft, alsof het een nationaal feest betreft.

Het uitzicht op de molens tussen de huizen door is erg aantrekkelijk en nodigt uit om ook langs de molens zelf te lopen. Die zo overbekende plek…

Turend over de rivier de Lek in de richting van Bolnes en Rotterdam.

En dan in de richting van Krimpen aan de Lek.

Er is nu een ticketbureau neergezet en aan de dijk zelf is een souvenirwinkel verschenen.

We lopen er maar aan voorbij, want wij hebben geen tickets nodig. Het is een gezellige drukte, niet te druk.

We zien volop broedende watervogels, jong kroost, baltsgedrag, we horen ganzen, die luid gakkend voorbij vliegen. Het roept fantasieën bij mij op over vogels op zoek naar hun partner, dierlijke relaties in nood. Dat zal wel beroepsdeformatie zijn.

Aan de horizon zie ik bekende bouwwerken, o.a. de brug over de Noord, loddsen bij de de Noord, maar ook de beeldbepalende wolkenkrabbers van Rotterdam. Ik probeer ze eerst buiten beeld te houden bij het fotograferen.

Wanneer we het pad zijn afgelopen, ongeveer 1 km, dan keren we terug naar Alblasserdam. En dan, achterom kijkend, zien we hoeveel horizonvervuiling er achter Kinderdijk is.

Geertruidenberg

We hebben niet heel veel tijd en onze wandeling is als een korte kennismaking.

We lopen vanaf onze parkeerplaats over de markt in de richting van de kerk. Rechts zien we het stadhuis met de prachtige puntige toren.

Er zijn in deze oude stad aan de zuidzijde van de Biesbosch twee bouwwerken die onze aandacht trekken. Ik begin met de mooiste, de oude Geertruidskerk. Op de plaats van deze kerk stond in de 11e eeuw al een romaanse kerk uit tufsteen. Later is de kerk meerdere keren uitgebreid.

Geertruidenberg heeft paar jaar geleden een dispuut gehad met Dordrecht. Welke stad is de oudste stad van Holland? Had Geertruidenberg eerder stadsrechten of was het Dordrecht? Gelukkig is dat geen verhitte strijd geworden. Die was er in 1420 wel. Toen werd in de tijd van de Hoeksche en Kabeljauwse twisten de stad door Dordtenaren in brand gestoken, waarbij ook de kerk zwaar beschadigd werd.

We lopen de markt af tot de kerk. Deze is gesloten, net als de horeca. Heel jammer. Even kunnen zitten met wat te drinken was weldadig geweest voor ons. Het zit er nog even niet in. We lopen daarom de straat rechts van de kerk in en zien dan met nieuwbouw eromheen een brug, die over de Donge heen gaat. Dat is een beek, die hier bij Geertruidenberg en Raamsdonkveer een rivier lijkt. We gaan tot het midden van de brug en gaan dan weer terug.

Net voor de kerk lopen rechtsom de kerkstraat in om de kerk van de andere kant te bekijken.

Ik fotografeer de Vismarkt met de pomp vanuit de Dordtsestraat… De Vismarkt is in 1772 gebouwd.

Wanneer we weer terug op de Markt zijn, is het tweede beeldbepalende gebouw erg zichtbaar, dat in de gehele Biesbosch te zien is: de 130 meter hoge koeltoren van de Amer-centrale.

Die roept direct een herinnering aan mijn werk op. Op 28 september 2003 is tijdens het gritstralen voor onderhoudswerkzaamheden in de vuurhaard van een stoomketel van de Amercentrale een 67.5 meter hoge steiger ingestort. Bij dit ongeval kwamen vijf mensen om het leven en vielen drie gewonden. Vanwege mijn betrokkenheid bij de opvang bij rampen en ongevallen was ik beschikbaar om mijn bijdrage te leveren. Ik hoefde er toch niet heen.

Hooge Zwaluwe

Het werd een zaterdagmiddag-wandeling door Hooge Zwaluwe, een dorp ten zuiden van de Biesbosch met ongeveer 1700 inwoners. We waren al door Lage Zwaluwe heen gereden, maar de zin om daar uit te stappen, was er niet. Te druk? Eigenlijk zagen we geen plek in de straat om te lopen. En zo kwam het dat we een stukje zijn doorgereden.

We parkeren om de hoek bij de vroegere Sint-Willibrorduskerk, nu het restaurant ‘Onze Kerk’. Helaas is dit etablissement gesloten. Hoe zouden ze het hebben ingericht. Een klein stukje verder van het centrum zien we een molen staan. Deze is gebouwd in 1866 en is tot 1946 in bedrijf geweest voor het malen van graan. We lopen weer terug.

We steken een spoorbaan over en dan zien we een vroegere baanwachterswoning liggen aan de voormalige Langstraatspoorlijn, die liep tussen Lage Zwaluwe en s’ Hertogenbosch. Het eigenlijke station is in 1960 afgebroken.

Wanneer we vlakbij de protestantse kerk zijn, zien we een paaltje met wandelroutes. Dat biedt opties. We kiezen een weggetje naar buiten het dorp, de Zeedijk. We lopen zo langs een visvriendelijk gemaal. Best bijzonder dat ze hebben uitgedokterd hoe ze vissen en andere waterdieren kunnen beschermen.

Op de dijk zien we schapen lopen. Op de achtergrond is de kerktoren van de kerk te zien.

Prachtig is de dijk vol met het gele raapzaad. Wat blijft dat toch prachtig!

De plant lijkt veel op koolzaad. Het koolzaad blijkt echter iets later te bloeien, en is hiervan ook te onderscheiden doordat bij het koolzaad de knoppen van de ongeopende bloemen hoger zitten dan de bloemen, terwijl bij het raapzaad de bloemen de knoppen bedekken.

Via dit pad lopen we weer terug naar de bebouwing van het dorp.

We komen uit in de Grijze Wijk en lopen dan de Onderstraat door langs de kerk en dan gaan dan de Zwaluweweg in.

We lopen voorbij huis met de naam Zonzeels Redding. Het blijkt een gebouw van een voormalig gemaal te zijn. Zonzeel is de naam van voormalig buurtschap.

In de bocht van de weg ligt een mini-begraafplaats, voor verdronken mensen.

We lopen de bebouwde kom weer uit en gaan dan opnieuw over de spoorbaan.

Met een omweg komen we weer bij de molen uit en lopen dan terug naar de auto.

Aan de wand bij een van de huizen hangt dit creatieve naambord van de schilder. Een vermelding waard!

Heinenoord

Net voorbij IKEA Barendrecht ligt de Heinenoordtunnel. Elke dag rijden circa 110.000 voertuigen door deze tunnel en wij vandaag ook, op weg naar Oud-Beijerland. Even wat ophalen.

We besluiten om direct erna Heinenoord te gaan bekijken. Een dorpje ertussen, Goidschalxoord, herinnert me aan tochtjes op de brommer omstreeks 1976 om mijn vriendinnetje van destijds, die in Oud-Beijerland een opleiding deed bij de Egmontshof, op te zoeken. Ik constateer nu dat Goidschalxoord slechts één dijkweg is. 

Heinenoord, wat een kilometer verder ligt, is iets groter. We parkeren bij de dorpskerk. We lopen via een mini-parkje bij de kerk, naar de rand van het dorp, waar in de oude herenboerderij Het Hof van Assendelft, het Streekmuseum Hoeksche Waard is gevestigd. Het hek staat daar op een kier, maar het museum zal vermoedelijk dicht zijn vanwege Corona. Het lijkt me leuk om daar nog eens in binnen te gaan.

We lopen om de huizen heen, terug naar de kerk. De 15e-eeuwse Hervormde Kerk heeft een zeer scheve toren. Vooral het onderste gedeelte, want de torenspits wijst wél recht omhoog. In de bouw zijn de compensaties goed te zien, ook bij de deur. Het zal, net als bij de toren van de Grote Kerk in Dordrecht, wel verzakt zijn door de slappe grond eronder.

Ook de rest van het dorp willen we graag zien.

We lopen naar de andere kant van het dorp en lopen langs het kleine haventje bij de Oude Maas een pad op langs de grienden. Er zijn flink wat boompjes geknot.

Een vrachtwagen wordt er geladen. Zo te zien zijn er nog flink wat ladingen nodig om het af te voeren.

Schoonrewoerdse Wiel

Achter het nu Utrechtse Leerdam ligt het kleine Schoonrewoerd, een dorp dat gesticht werd in 1023. De antieke kern van het dorp is echt heel klein, het is eigenlijk alleen de Dorpsstraat. Die is wel mooi met de geknotte bomen, het landelijke grind en de Dorpskerk

In het dorp nemen we de Kerkweg, die leidt naar het Wiel van Bassa. Het Wiel van Bassa wordt ook wel de Schoonrewoerdse Wiel genoemd. Het is een kolk van 13 hectare groot en daarmee het grootste doorbraakwiel van Nederland. het ontstond in 1573 bij een doorbraak van de Diefdijk. De kolk is tot ongeveer 8 meter diep. Een prachtplek om onze wandeling te beginnen. We lopen rechtsom langs een deel van het wiel en komen dan door het gehucht Diefdijk en vervolgens op de gelijknamige dijk.

Er zijn in de route verschillende bunkers te zien. Het meest voorkomende type in deze omgeving is de piramide bunker.Deze bunkers zijn gegoten uit beton en bestaan uit een vierkante basis met een schuin oplopend dak in piramide vorm. Op dit dak zijn camouflagehaken gemonteerd. Deze haken hielden de camouflagemateralen op hun plaats.
Binnen was plaats voor maximaal 12 man. Er zijn 1 of meerdere schietgaten voor geweren en een “schoorsteen” voor een periscoop.

We lopen langs de weg in de richting van Leerdam. Links en rechts zijn er mooie plekjes om te fotograferen. Het weer is ook lekker. Met een jas die dan weer hoog gesloten en dan weer los kan, is het aangenaam.

Dit witte huis (1925) aan de rechterzijde is een markeerpunt. Links aan de overkant van het water, zullen we straks ook lopen. Ook hier is een wiel waar we om heen gaan.

Net na de spoorwegovergang en spoorbrug ligt een fort welke hoort bij de vroegere Hollandse Waterlinie. Een naam kan ik niet terugvinden.

Een stukje verder, ter hoogte van de Acquoyseweg steken we de Culemborgsche Vliet over, de grens tussen de provincie Utrecht en Gelderland. Dan lopen achter het fort langs, terug naar Diefdijk.

De bloesem is al zichtbaar. Nog niet overal helemaal uit de knop. Prachtig weer!!

Even naar de overkant met het trekpontje moest natuurlijk even…

Dit huisje staat boven een duiker.

We lopen om het Wiel van Bassa heen en zijn dan weer bij het startpunt.